CBb 10 september 2019, ECLI:NL:CBB:2019:413
Artikel 23, derde lid, van de Meststoffenwet Artikel 1 van het Eerste Protocol bij het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EP) Fosfaatrechten, beroep op artikel 1 van het Eerste Protocol bij het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden slaagt niet. In het geval van appellante liggen de data van de belangrijkste investeringsbeslissingen, het aangaan van de lening bij de bank en het verstrekken van de opdracht aan de aannemer, na de peildatum van 2 juli 2015. Voor melkveehouders die na 2 juli 2015 verplichtingen in de vorm van investeringen zijn aangegaan die de beoogde uitbreiding mogelijk maken, was het fosfaatrechtenstelsel kenbaar en het behoorde (toen en nu) tot hun verantwoordelijkheid daarmee rekening te houden bij het aangaan van die verplichtingen. Het College wil wel aannemen dat de invoering van het fosfaatrechtstelsel voor appellante forse financiële gevolgen heeft, maar daarin ziet het College geen aanleiding te oordelen dat van een individuele en buitensporige last sprake is. Dat gezien de samenstelling van haar veestapel op 2 juli 2015 de wijze waarop het fosfaatrecht wordt vastgesteld voor appellante ongelukkig uitpakt, is op zichzelf ook geen bijzondere omstandigheid die strijd oplevert met artikel 1 van het EP.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- CBb 23 juli 2019, ECLI:NL:CBB:2019:291
- CBb 9 januari 2019, ECLI:NL:CBB:2019:1
- CBb 9 januari 2019, ECLI:NL:CBB:2019:2
- CBb 9 januari 2019, ECLI:NL:CBB:2019:3
- CBb 9 januari 2019, ECLI:NL:CBB:2019:4
- CBb 9 januari 2019, ECLI:NL:CBB:2019:5
- CBb 9 januari 2019, ECLI:NL:CBB:2019:6
- CBb 9 januari 2019, ECLI:NL:CBB:2019:7
- CBb 17 oktober 2018, ECLI:NL:CBB:2018:522