CBb 26 november 2019, ECLI:NL:CBB:2019:729
Fosfaatrechten. Appellante heeft willen uitbreiden van ongeveer 275 naar 603 melkkoeien en bijbehorend jongvee en is daarvoor onomkeerbare verplichtingen aangegaan. Zij heeft ook te maken gehad met dierziekten op haar bedrijf. Appellante komt echter niet in aanmerking voor verhoging van het fosfaatrecht op grond van de knelgevallenregeling, omdat niet is voldaan aan de 5%-eis. Er is geen sprake van strijd met artikel 1 van het EP. Appellante heeft ook niet aannemelijk gemaakt dat op haar een individuele en buitensporige last rust. De gestelde financiële last is, zoals blijkt uit de financiële stukken, niet hoofdzakelijk het gevolg van het fosfaatrechtenstelsel. Verder heeft appellante, met haar keuze voor deze zeer forse uitbreiding, een groot risico genomen terwijl in die periode duidelijk was dat productiebegrenzende maatregelen zouden volgen. De belangen die zijn gediend met het fosfaatrechtenstelsel moeten daarom zwaarder wegen dan de belangen van appellante.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- CBb 23 juli 2019, ECLI:NL:CBB:2019:291
- CBb 25 juni 2019, ECLI:NL:CBB:2019:246
- CBb 11 juni 2019, ECLI:NL:CBB:2019:232
- CBb 9 januari 2019, ECLI:NL:CBB:2019:1
- CBb 9 januari 2019, ECLI:NL:CBB:2019:2
- CBb 9 januari 2019, ECLI:NL:CBB:2019:3
- CBb 9 januari 2019, ECLI:NL:CBB:2019:4
- CBb 9 januari 2019, ECLI:NL:CBB:2019:5
- CBb 9 januari 2019, ECLI:NL:CBB:2019:6
- CBb 9 januari 2019, ECLI:NL:CBB:2019:7
- CBb 17 oktober 2018, ECLI:NL:CBB:2018:522