CBb 7 januari 2020, ECLI:NL:CBB:2020:20
artikel 23, zesde lid, van de Meststoffenwet artikel 1 van het Eerste Protocol bij het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden Verweerder geeft een juiste toepassing aan de knelgevallenregeling als hij geen rekening houdt met niet gerealiseerde uitbreidingsplannen. De bewijslast om aan te tonen dat sprake is van een individuele en buitensporige last ligt in beginsel bij appellante. Met verweerder is het College van oordeel dat appellante aan die bewijslast niet heeft voldaan. Bij beoordeling van de last spelen de fosfaatrechten van het overgenomen bedrijf geen rol. Appellante heeft dat bedrijf immers overgenomen met fosfaatrechten en het tekort mag worden geacht in de koopprijs te zijn verdisconteerd. Appellante heeft verder geen inzicht gegeven in de bedrijfseconomische gevolgen van de invoering van het fosfaatrechtstelsel en heeft haar stelling dat haar bedrijf hierdoor dreigt om te vallen, niet onderbouwd. Er is geen enkel inzicht in de bedrijfsvoering, de financiën of de bijzonderheden van het bedrijf en haar vennoten.
De uitspraak op rechtspraak.nl