CBb 7 januari 2020, ECLI:NL:CBB:2020:11
artikel 23, derde en zesde lid, van de Meststoffenwet (Msw) artikel 1 van het Eerste Protocol bij het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EP) Verweerder heeft een juiste toepassing gegeven aan de knelgevallenregeling. Appellant heeft niet aannemelijk gemaakt dat het fosfaatrechtenstelsel een individuele en buitensporige last op hem legt. Het verschil tussen de door appellant nagestreefde omvang van de veestapel en de feitelijke situatie op de peildatum is, ook gezien de omvang van het bedrijf, betrekkelijk. Vergeleken met het scenario dat uitgaat van alleen de generieke korting (scenario 3) komt het verschil met het toegekende fosfaatrecht neer op 9 melkkoeien. Een uitbreiding met dat aantal koeien levert appellant weliswaar een omzetvermeerdering op, maar daar staat tegenover dat appellant hiervoor ook extra kosten zou moeten maken, onder andere in verband met de aankoop van koeien. Een deel van de gestelde financiële last is veroorzaakt door de aankoop van grond. Aangenomen mag worden dat deze zijn waarde behoudt en zo nodig verkocht kan worden om de lasten te verlichten.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- CBb 15 oktober 2019, ECLI:NL:CBB:2019:504
- CBb 23 juli 2019, ECLI:NL:CBB:2019:291
- CBb 11 juni 2019, ECLI:NL:CBB:2019:232
- CBb 9 januari 2019, ECLI:NL:CBB:2019:1
- CBb 9 januari 2019, ECLI:NL:CBB:2019:2
- CBb 9 januari 2019, ECLI:NL:CBB:2019:3
- CBb 9 januari 2019, ECLI:NL:CBB:2019:4
- CBb 9 januari 2019, ECLI:NL:CBB:2019:5
- CBb 9 januari 2019, ECLI:NL:CBB:2019:6
- CBb 9 januari 2019, ECLI:NL:CBB:2019:7
- CBb 17 oktober 2018, ECLI:NL:CBB:2018:522