Art. 8.5.30 Wetboek van Strafvordering
1. Indien de officier van justitie door middel van het formulier opgenomen in bijlage C bij Richtlijn 2014/41/EU een in de Nederlandse of Engelse taal opgestelde kennisgeving inzake het vastleggen van communicatie als bedoeld in artikel 2.8.13 ontvangt, vordert hij direct dat de rechter-commissaris hem machtigt tot het verlenen van instemming met de vastlegging.
2. De rechter-commissaris beslist binnen twee dagen na de indiening van de vordering met overeenkomstige toepassing van artikel 8.5.20, eerste lid, en tweede lid, eerste zin. De machtiging kan worden geweigerd indien de inzet van die bevoegdheid naar Nederlands recht in een vergelijkbare binnenlandse zaak niet zou worden toegestaan.
3. Binnen vier dagen nadat hij de kennisgeving van de uitvaardigende autoriteit heeft ontvangen, stelt de officier van justitie de uitvaardigende autoriteit in kennis of wordt ingestemd met het vastleggen van de communicatie.
4. Indien instemming wordt verleend verbindt de officier van justitie daaraan, onder opgave van redenen, de voorwaarden die de rechter-commissaris heeft gesteld alsmede de voorwaarden dat de gegevens verkregen door het vastleggen van de communicatie van de gebruiker tijdens diens verblijf op Nederlands grondgebied:
a. voor zover deze mededelingen bevatten, gedaan door of aan een persoon die zich op grond van artikel 1.6.7 of artikel 1.6.8 kan verschonen indien hij als getuige naar de inhoud van die mededelingen zou worden gevraagd, niet mogen worden gebruikt en dienen te worden vernietigd; en
b. alleen mogen worden gebruikt voor het strafrechtelijk onderzoek in het kader waarvan de kennisgeving is gedaan en dat voor het gebruik voor enig ander doel voorafgaand toestemming dient te worden gevraagd en te zijn verkregen.
5. Indien de instemming wordt verleend, is artikel 2.8.2 van overeenkomstige toepassing.