Art. 8.5.31 Wetboek van Strafvordering

Wetboek van Strafvordering

1. Onverminderd artikel 8.5.16, kan de erkenning of uitvoering van een Europees onderzoeksbevel dat ziet op een bevoegdheid als bedoeld in de artikelen 2.8.7, 2.8.8, 2.8.10, 2.8.11, 2.8.12, 2.8.15, 2.8.18, en 2.8.19, op gecontroleerde aflevering, of op de verstrekking van gegevens als bedoeld in de artikelen 2.7.46, voor zover het bevel betrekking heeft op gegevens betreffende bankrekeningen, andere financiële rekeningen, bankoperaties en financiële operaties van andere financiële instellingen, en 2.7.49, worden geweigerd indien de inzet van die bevoegdheid naar Nederlands recht in een vergelijkbare binnenlandse zaak niet zou worden toegestaan. Artikel 8.5.20, tweede lid, tweede zin, is niet van toepassing.

2. De praktische regeling van de uitoefening van een bevoegdheid als bedoeld in de artikelen 2.8.7, 2.8.8, 2.8.15, 2.8.18 en 2.8.19, van de verstrekking van toekomstige gegevens als bedoeld in artikel 2.7.49 en van een gecontroleerde aflevering wordt in onderling overleg tussen de officier van justitie en de uitvaardigende autoriteit bepaald.

3. De duur van de uitvoering van een heimelijke bevoegdheid als bedoeld in de artikelen 2.8.10, 2.8.11, 2.8.12 en 2.8.19, de nadere voorwaarden en de rechtspositie van de betrokken functionarissen tijdens de uitvoering worden door de officier van justitie in overleg met de autoriteiten van de uitvaardigende staat overeengekomen, in overeenstemming met de Nederlandse wet. Artikel 8.5.20, met uitzondering van het tweede lid, tweede zin, is van overeenkomstige toepassing. Indien dit overleg niet tot overeenstemming leidt, kan de officier van justitie de erkenning of uitvoering van het bevel weigeren.

Verwijst naar

Toelichting

Vorige artikelen

Volgende artikelen