Art. 8.5.33 Wetboek van Strafvordering

Wetboek van Strafvordering

1. Indien de uitvoerende lidstaat een door Nederland uitgevaardigd Europees onderzoeksbevel heeft uitgevoerd dat betrekking heeft op de inbeslagneming van voorwerpen dan wel het overnemen van gegevens, bevelen gegevens te verstrekken, het ontoegankelijk maken van gegevens of bevelen tot het bewaren en beschikbaar houden van gegevens, zijn de artikelen 6.4.1, 6.4.4, 6.4.5, 6.4.6, 6.4.7, 6.4.9, eerste lid, 6.4.11 en 6.4.14 van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat alleen geklaagd kan worden over het bevel en de voortduring van het daaraan gegeven gevolg.

2. Indien onbekend is of berechting zal plaatsvinden zijn, in afwijking van artikel 6.4.1, derde lid, bevoegd om over het klaagschrift te oordelen:

a. als het onderzoeksbevel is uitgevaardigd door de rechter-commissaris of door de officier van justitie bij een arrondissementsparket: de rechtbank van het desbetreffende arrondissement;

b. als het onderzoeksbevel is uitgevaardigd door de officier van justitie bij het landelijk parket, het functioneel parket of het parket centrale verwerking openbaar ministerie: de rechtbank Amsterdam, de rechtbank Den Haag, de rechtbank Oost-Brabant, de rechtbank Overijssel of de rechtbank Rotterdam.

3. Indien de rechter het beklag gegrond acht, geeft de officier van justitie daaraan zoveel mogelijk het daarmee overeenkomende gevolg.

4. Indien een belanghebbende zich in de uitvoerende lidstaat beklaagt over de erkenning en uitvoering van het Europees onderzoeksbevel en de officier van justitie of de rechter-commissaris hiervan door de uitvoerende autoriteit in kennis wordt gesteld, kan hij deze autoriteit de nodige inlichtingen over het bevel verschaffen.

Verwijst naar

Toelichting

Vorige artikelen

Volgende artikelen