Art. 7.1.17 Wetboek van Strafvordering

Wetboek van Strafvordering

1. De opneming in een inrichting of instelling van een persoon tegen wie een strafrechtelijke beslissing of een strafvorderlijke beslissing tot vrijheidsbeneming wordt tenuitvoergelegd, vindt plaats op grond van:

a. de strafrechtelijke beslissing, of een uittreksel daarvan;

b. de strafvorderlijke beslissing tot vrijheidsbeneming; of

c. de opdracht tot tenuitvoerlegging van Onze Minister.

2. In geval van een opdracht tot tenuitvoerlegging doet Onze Minister hetzij de strafrechtelijke beslissing, of een uittreksel daarvan, hetzij de strafvorderlijke beslissing tot vrijheidsbeneming zo spoedig mogelijk toekomen aan de directeur van de inrichting of het hoofd van de instelling.

3. In geval van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf, opgelegd bij een mondeling vonnis of arrest, vindt de opneming plaats op grond van:

a. het proces-verbaal van de terechtzitting, dan wel een kopie daarvan of uittreksel daaruit;

b. het bij de kopie van de oproeping gevoegde stuk, houdende aantekening van het mondelinge vonnis of arrest; of

c. de opdracht tot tenuitvoerlegging van Onze Minister, dan wel een kopie daarvan.

4. In geval van een opdracht tot tenuitvoerlegging doet Onze Minister hetzij het proces-verbaal van de terechtzitting, dan wel een kopie daarvan of uittreksel daaruit, hetzij het bij de kopie van de oproeping gevoegde stuk, houdende aantekening van het mondelinge vonnis of arrest, zo spoedig mogelijk toekomen aan de directeur van de inrichting of het hoofd van de instelling.

Toelichting

Vorige artikelen

Volgende artikelen