Art. 7.1.12 Wetboek van Strafvordering
1. Onze Minister stelt de veroordeelde in kennis van het ingaan van de opschorting van de tenuitvoerlegging die is verbonden aan het verzoekschrift om gratie. De opschorting duurt totdat op het verzoekschrift is beschikt.
2. Indien een verzoekschrift om gratie van een vrijheidsstraf, van een terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege of van een maatregel van plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders is ingediend, zonder dat de wet daaraan de opschorting van de tenuitvoerlegging verbindt, kan Onze Minister niettemin bepalen dat de tenuitvoerlegging wordt opgeschort of geschorst. Onze Minister stelt de veroordeelde daarvan in kennis. De opschorting of schorsing gaat in op het moment van de kennisgeving en duurt totdat op het verzoekschrift is beschikt.