Art. 7.1.14 Wetboek van Strafvordering
1. Een door Onze Minister gegeven opdracht tot tenuitvoerlegging die strekt tot aanhouding van een verdachte of veroordeelde bevat:
a. een zo nauwkeurig mogelijke aanduiding van de aan te houden persoon;
b. een opgave van de beslissing of het bevel waarop de aanhouding steunt;
c. een vermelding van de plaats waarnaartoe de aangehouden persoon moet worden overgebracht, of van de rechter of ambtenaar voor wie de aangehouden persoon moet worden geleid.
2. Degene die de aanhouding heeft verricht, geleidt de aangehouden persoon direct naar de plaats of voor de rechter of ambtenaar, in de opdracht vermeld.
3. Degene die de aanhouding heeft verricht, stelt Onze Minister direct in kennis van de aanhouding.