Art. 7.1.9 Wetboek van Strafvordering
1. De rechtbank kan de opschorting van de tenuitvoerlegging bevelen van een bij onherroepelijk vonnis of arrest opgelegde vrijheidsstraf, taakstraf of maatregel van plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders indien de veroordeelde na de uitspraak maar voordat de tenuitvoerlegging is aangevangen is gaan lijden aan een psychische stoornis.
2. Na het herstel van de veroordeelde wordt op vordering van de officier van justitie het bevel tot opschorting door de rechtbank ingetrokken.
3. Een psychische stoornis van de veroordeelde staat niet in de weg aan de tenuitvoerlegging van een andere straf of maatregel. Zo nodig wordt de curator op de gewone wijze uitgenodigd tot voldoening aan het vonnis of arrest. Indien de veroordeelde nog geen curator heeft, wordt deze voor dit doel door de rechtbank benoemd op vordering van de officier van justitie.
4. Ten aanzien van de vervangende hechtenis en de gijzeling zijn het eerste en tweede lid van overeenkomstige toepassing.