Art. 7.1.10 Wetboek van Strafvordering
1. Een verzoekschrift om gratie schort de tenuitvoerlegging van de straf waarvan gratie wordt verzocht op indien de tenuitvoerlegging nog niet is aangevangen en het verzoekschrift betrekking heeft op een onherroepelijk vonnis of arrest met een veroordeling tot:
a. een vrijheidsstraf van zes maanden of minder;
b. een vrijheidsstraf van zes maanden of minder die voorwaardelijk niet is tenuitvoergelegd en waarvan de tenuitvoerlegging is bevolen;
c. een taakstraf.
2. Een verzoekschrift om gratie schort voorts de tenuitvoerlegging van de straf of maatregel waarvan gratie wordt verzocht op indien de tenuitvoerlegging, anders dan op verzoek van de veroordeelde, nog niet is aangevangen een jaar na het onherroepelijk worden van de straf of maatregel.