Art. 18 PCT, De aanvrager

Verdrag tot samenwerking inzake octrooien (PCT)

18.1. Woonplaats en nationaliteit

a. Onverminderd het in de paragrafen b en c bepaalde, is de vraag of een aanvrager inwoner of onderdaan is van de Verdragsluitende Staat waarvan hij beweert inwoner of onderdaan te zijn, afhankelijk van de nationale wetgeving van die Staat en wordt hierover beslist door het ontvangende bureau.

b. In elk geval,

i. wordt het hebben van een daadwerkelijke en wezenlijke inrichting van nijverheid of handel in een Verdragsluitende Staat als bewijs van woonplaats in die Staat beschouwd, en

ii. wordt een rechtspersoon, opgericht volgens de nationale wetgeving van een Verdragsluitende Staat, als onderdaan van die Staat beschouwd.

c. Wanneer de internationale aanvrage wordt ingediend bij het Internationale Bureau dat als ontvangend bureau fungeert, verzoekt het Internationale Bureau, in de in de Administratieve Instructies genoemde omstandigheden, het nationale bureau van, of dat optreedt voor, de betrokken Verdragsluitende Staat te beslissen over de in paragraaf a bedoelde vraag. Het Internationale Bureau stelt de aanvrager van een eventueel verzoek hiertoe in kennis. De aanvrager dient de mogelijkheid te hebben rechtstreeks aan het nationale bureau argumenten voor te leggen. Het nationale bureau beslist onverwijld over deze vraag.

18.2. Vervallen.

18.3. Meer dan één aanvrager Indien er meer dan één aanvrager is, bestaat het recht tot het indienen van een internationale aanvrage indien ten minste één van hen ingevolge artikel 9 bevoegd is een internationale aanvrage in te dienen.

18.4. Gegevens over voorwaarden met betrekking tot aanvragers op grond van nationale wetgeving

a) De internationale aanvrage kan verschillende aanvragers vermelden voor verschillende aangewezen Staten mits ten aanzien van elke aangewezen Staat ten minste één van de voor die Staat vermelde aanvragers ingevolge artikel 9 bevoegd is een internationale aanvrage in te dienen.

b) Indien aan het vereiste van paragraaf a) niet is voldaan ten aanzien van een aangewezen Staat, wordt de aanwijzing van die Staat als niet gedaan beschouwd.

c) Het internationale Bureau publiceert van tijd tot tijd gegevens over de verschillende nationale wetgevingen met betrekking tot de vraag wie bevoegd is (uitvinder, rechtsopvolger van de uitvinder, rechthebbende op de uitvinding of anderen) een nationale aanvrage in te dienen en voegt aan deze gegevens een waarschuwing toe dat de rechtsgevolgen van de internationale aanvrage in een aangewezen Staat kunnen afhangen van het feit of de in de internationale aanvrage voor die Staat als aanvrager vermelde persoon een persoon is die, ingevolge de nationale wetgeving van die Staat, bevoegd is een nationale aanvrage in te dienen.

Verwijst naar

Vorige artikelen

Volgende artikelen