Art. 82 PCT, Storingen in het postverkeer

Verdrag tot samenwerking inzake octrooien (PCT)

82.1. Vertraging of verlies van in bestelling zijnde post

a) Een betrokken partij kan bewijs aanbieden dat hij het document of de brief 5 dagen vóór het verstrijken van de termijn per post heeft verzonden. Behalve in gevallen waarin land- en zeepost gewoonlijk binnen 2 dagen na verzending op haar bestemming aankomt, of wanneer geen luchtpostdienst beschikbaar is, kan bewijs alleen worden aangeboden, indien de verzending per luchtpost is geschied. In elk geval kan bewijs alleen worden aangeboden, indien de verzending geschiedde per door de postdiensten aangetekende post.

b) Indien de verzending, overeenkomstig het in paragraaf a bepaalde, van een document of brief ten genoegen van het nationale bureau dat of de intergouvernementele organisatie die de geadresseerde is, wordt bewezen, wordt de vertraging in aankomst niet aangerekend of, indien het document of de brief in de post verloren is gegaan, wordt vervanging daarvan door een nieuw exemplaar toegestaan, mits de betrokken partij ten genoegen van genoemd bureau of genoemde organisatie bewijst dat het als vervanging aangeboden document of de als vervanging aangeboden brief identiek is met het verloren gegane document of de verloren gegane brief.

c) In de gevallen bedoeld onder paragraaf b) dient het bewijs van verzending binnen de voorgeschreven termijn en, wanneer het document of de brief verloren is gegaan, ook het vervangende document of de vervangende brief alsmede het bewijs van de volkomen gelijkheid ervan met het document dat of de brief die verloren is gegaan, te worden overgelegd binnen een maand na de datum waarop de betrokken partij de vertraging of het verlies heeft vastgesteld - of zou hebben behoren vast te stellen - en in geen geval later dan 6 maanden na het verstrijken van de in het bepaalde geval van toepassing zijnde termijn.

d) Een nationaal bureau dat, of een intergouvernementele organisatie die het Internationale Bureau te kennen geeft dat het c.q. zij hiertoe overgaat, dient, wanneer van een andere bezorgdienst dan de postdiensten gebruik wordt gemaakt om een document of brief te verzenden, het in de paragrafen a tot en met c bepaalde toe te passen alsof het de postdienst betrof. In dat geval is de laatste volzin van paragraaf a niet van toepassing, maar kan het bewijs alleen worden geleverd indien gegevens betreffende de verzending werden opgetekend door de bezorgdienst op het tijdstip van verzending. De kennisgeving kan een vermelding bevatten dat zij alleen van toepassing is op verzendingen waarbij gebruik wordt gemaakt van bepaalde bezorgdiensten of bezorgdiensten die voldoen aan bepaalde criteria. Het Internationale Bureau publiceert de aldus kenbaar gemaakte informatie in het mededelingenblad.

e) Een nationaal bureau of intergouvernementele organisatie kan handelen overeenkomstig paragraaf d:

i. zelfs indien, wanneer van toepassing, de bezorgdienst waarvan gebruik werd gemaakt, niet behoorde tot die welke waren genoemd, of niet voldeed aan de criteria die waren genoemd in de desbetreffende kennisgeving ingevolge paragraaf d, of

ii. zelfs indien dat bureau of die organisatie het Internationale Bureau niet een kennisgeving ingevolge paragraaf d heeft gezonden.

82.2. Vervallen.

Artikelen die hiernaar verwijzen

Vorige artikelen

Volgende artikelen