Art. 22-2 Internationaal Verdrag betreffende de uitwatering van schepen, 1966, Ankerpijpen en kabelbakken

Internationaal Verdrag betreffende de uitwatering van schepen, 1966

1. Ankerpijpen en kabelbakken moeten tot op het aan weer en wind blootgestelde dek waterdicht zijn.

2. Wanneer toegangsmogelijkheden aanwezig zijn, moeten deze worden afgesloten met een deugdelijk deksel en worden afgesloten met op korte afstand van elkaar aangebrachte bouten.

3. Ankerpijpen waardoor ankerkabels lopen, moeten zijn voorzien van permanent aangebrachte afsluitmiddelen om het binnendringen van water tot een minimum te beperken.

Vorige artikelen

Volgende artikelen