Art. 4:15 Wft, Regels voor het werkzaam zijn op de financiële markten betreffende alle financiële diensten
Wet op het financieel toezicht (Wft)
1. Een financiëledienstverlener die niet het bedrijf van financiële instelling, bank of verzekeraar uitoefent, richt de bedrijfsvoering zodanig in dat deze een beheerste en integere uitoefening van zijn bedrijf waarborgt.
2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot het eerste lid. Deze regels hebben betrekking op:
a. integriteit, waaronder wordt verstaan:
1°. het tegengaan van het begaan van strafbare feiten en andere wetsovertredingen door de financiëledienstverlener of zijn werknemers die het vertrouwen in de financiëledienstverlener of in de financiële markten kunnen schaden; en
2°. het nemen van maatregelen met betrekking tot andere bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen onderwerpen die tot de integere uitoefening van het bedrijf van een financiëledienstverlener worden gerekend; en
b. ordelijke en transparante financiëlemarktprocessen, zuivere verhoudingen tussen marktpartijen en zorgvuldige behandeling van cliënten en consumenten, waaronder wordt verstaan:
1°. het waarborgen van de informatieverstrekking aan cliënten of consumenten; en
2°. het waarborgen van de zorgvuldige behandeling van cliënten of consumenten.
3. In aanvulling op het ingevolge het tweede lid, aanhef en onderdeel b, bepaalde kunnen bij algemene maatregel van bestuur regels worden gesteld met betrekking tot het tegengaan van belangenconflicten tussen de financiëledienstverlener en cliënten en tussen cliënten onderling voor zover het gaat om het adviseren of bemiddelen in een verzekering met een beleggingscomponent door een financiëledienstverlener.
4. Het ingevolge het tweede lid, aanhef en onderdeel b, bepaalde is van overeenkomstige toepassing op financiëledienstverleners die het bedrijf van financiële instelling, bank of verzekeraar uitoefenen.
5. Het ingevolge het derde lid bepaalde is van overeenkomstige toepassing op financiëledienstverleners die het bedrijf van verzekeraar uitoefenen voor zover het gaat om het aanbieden van of adviseren over een verzekering met een beleggingscomponent.
6. De Autoriteit Financiële Markten kan op aanvraag geheel of gedeeltelijk, al dan niet voor bepaalde tijd, ontheffing verlenen van het op grond van het tweede lid bepaalde, indien de aanvrager aantoont dat daaraan redelijkerwijs niet kan worden voldaan en dat de doeleinden die dit artikel beoogt te bereiken anderszins worden bereikt.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- CBb 3 mei 2016, ECLI:NL:CBB:2016:104
- CBb 18 oktober 2011, ECLI:NL:CBB:2011:BU3246
- Rb. Rotterdam 21 januari 2015, ECLI:NL:RBROT:2015:298
- Rb. Rotterdam 24 februari 2009, ECLI:NL:RBROT:2009:BH4114
- Rb. Rotterdam 2 augustus 2024, ECLI:NL:RBROT:2024:7345
- Rb. Rotterdam 21 februari 2020, ECLI:NL:RBROT:2020:1506
- Rb. Rotterdam 21 februari 2025, ECLI:NL:RBROT:2025:2085
- Rb. Rotterdam 26 april 2023, ECLI:NL:RBROT:2023:4055
- Rb. Rotterdam 15 mei 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:5870
- Rb. Rotterdam 18 juni 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:10574
- Rb. Rotterdam 23 juni 2016, ECLI:NL:RBROT:2016:4633
- Rb. Rotterdam 12 december 2013, ECLI:NL:RBROT:2013:9676
- Rb. Rotterdam 15 december 2011, ECLI:NL:RBROT:2011:BU9027
- Rb. Rotterdam 28 juli 2011, ECLI:NL:RBROT:2011:BT2024
- Rb. Rotterdam 21 juni 2010, ECLI:NL:RBROT:2010:BM8524
- Rb. Rotterdam 20 april 2010, ECLI:NL:RBROT:2010:BM4487
- Rb. Rotterdam 25 mei 2009, ECLI:NL:RBROT:2009:BI6913
- Rb. Rotterdam 15 januari 2009, ECLI:NL:RBROT:2009:BH0726
- Rb. Rotterdam 3 maart 2008, ECLI:NL:RBROT:2008:BC6187
- Rb. Amsterdam 22 juli 2015, ECLI:NL:RBAMS:2015:4661