Rb. Rotterdam 15 mei 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:5870
Financieel Toezicht. De AFM heeft de vergunning van eiseres ingetrokken, omdat zij geen adequaat beleid heeft gevoerd dat een integere uitoefening van haar bedrijf waarborgde en dat zij daarmee artikel 4:11, tweede lid, van de Wft heeft overtreden. Er hebben zich namelijk meerdere incidenten voorgedaan die een ernstig gevaar vormen voor de integere bedrijfsuitoefening. De AFM verwijt aan eiseres onder meer dat zij deze incidenten niet (tijdig) gemeld, ontoereikende procedures en maatregelen voor de omgang met incidenten heeft vastgesteld en onvoldoende maatregelen heeft genomen om herhaling te voorkomen. De rechtbank komt tot de conclusie dat de AFM terecht heeft aan eiseres heeft verweten dat zij artikel 4:11, tweede lid, van de Wft heeft overtreden. De rechtbank is echter van oordeel dat intrekking van de vergunning van eiseres onder de gegeven omstandigheden niet noodzakelijk is. Niet wordt ingezien dat een minder ingrijpende maatregel niet zou volstaan. Het beroep is gegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl