Rb. Rotterdam 15 december 2011, ECLI:NL:RBROT:2011:BU9027

Betreft intrekking van een vergunning o.g.v. artikel 1:104, eerste lid, onderdeel d, van de Wft onder meer om de redenen dat de betrouwbaarheid van (mede)beleidsbepalers van eiseres niet langer buiten twijfel staat en eiseres geen beheerste en integere bedrijfsvoering van haar bedrijf waarborgt doordat zij samenwerkt met (onder)bemiddelaars die niet in het bezit zijn van een vergunning en doordat zij handelt in strijd met de zorgplicht. Hetgeen eiseres naar voren heeft gebracht vormt naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende weerlegging van de door AFM geconstateerde overtredingen en zijn - tezamen bezien - dermate ernstig, dat AFM, niettegenstaande de in aanmerking te nemen belangen van eiseres, in redelijkheid tot de intrekking heeft kunnen besluiten.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen