Rb. Rotterdam 18 juni 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:10574

Financieel toezicht. Beroep tegen een bestuurlijke boete wegens overtreding van artikel 4:34, tweede lid, van de Wft. De AFM heeft 10 van de 164 dossiers onderzocht en geconstateerd dat er in elk geval in de onderzochte dossiers een kredietovereenkomst is aangegaan die met het oog op overkreditering niet verantwoord was. Er is geen sprake van schending van het nemo tenetur-beginsel. De rechtbank ziet wel aanleiding om de boetehoogte te matigen. Beroep gegrond voor zover het de hoogte van de boete betreft.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken