Rb. Rotterdam 2 augustus 2024, ECLI:NL:RBROT:2024:7345
Verzoek om voorlopige voorziening. De AFM heeft de vergunning van verzoekster ingetrokken, omdat verzoekster geen adequaat beleid voert dat een integere uitoefening van haar bedrijf waarborgt en de AFM er geen vertrouwen meer in heeft dat verzoekster verbetering zal tonen. Hoewel de voorzieningenrechter dit gebrek aan vertrouwen niet onbegrijpelijk acht, ziet hij, alles afwegend, onvoldoende grond voor het oordeel dat een intrekking van de vergunning op dit moment de enige passende en ook noodzakelijke maatregel is. Het besluit tot intrekking van de vergunning van verzoekster wordt om die reden geschorst.
De uitspraak op rechtspraak.nl