Art. 2:83 Wft, Toegang tot de Nederlandse financiële markten
Wet op het financieel toezicht (Wft)
1. De Autoriteit Financiële Markten verleent op aanvraag een vergunning als bedoeld in artikel 2:80, eerste lid, indien de aanvrager aantoont dat zal worden voldaan aan het bepaalde ingevolge:
a. artikel 4:9, eerste, tweede en vierde lid, met betrekking tot de geschiktheid en vakbekwaamheid van de in dat artikel bedoelde personen;
b. artikel 4:10 met betrekking tot de betrouwbaarheid van de in dat artikel bedoelde personen;
c. artikel 4:11, tweede en derde lid, met betrekking tot het beleid inzake de integere bedrijfsuitoefening;
d. artikel 4:13 met betrekking tot de zeggenschapsstructuur;
e. artikel 4:15, eerste en tweede lid, met betrekking tot de inrichting van de bedrijfsvoering;
f. indien het bemiddelen in hypothecair krediet betreft, artikel 4:74b, met betrekking tot een beroepsaansprakelijkheidsverzekering of een daarmee vergelijkbare voorziening; en
g. indien het bemiddelen in verzekeringen betreft, artikel 4:75, eerste en tweede lid, met betrekking tot het beschikken over een beroepsaansprakelijkheidsverzekering of een daarmee vergelijkbare voorziening.
2. De aanvraag van de vergunning geschiedt onder opgave van bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen gegevens.
3. De Autoriteit Financiële Markten kan op aanvraag geheel of gedeeltelijk ontheffing verlenen van de eisen, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel a, met betrekking tot het tweede en vierde lid van artikel 4:9, c, met betrekking tot het derde lid van artikel 4:11, e, met betrekking tot het tweede lid van artikel 4:15 of g, met betrekking tot het tweede lid van artikel 4:75, indien de aanvrager aantoont dat daaraan redelijkerwijs niet kan worden voldaan en dat de doeleinden die de in het eerste lid bedoelde artikelen beogen te bereiken anderszins worden bereikt.
4. Het derde lid is niet van toepassing op bemiddelen in hypothecair krediet.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Conclusie A-G Hartlief 9 april 2020, ECLI:NL:PHR:2020:358
- Rb. Rotterdam 22 oktober 2019, ECLI:NL:RBROT:2019:8228
- Conclusie A-G Hartlief 9 april 2020, ECLI:NL:PHR:2020:359
- CBb 22 juni 2021, ECLI:NL:CBB:2021:625
- Rb. Rotterdam 13 april 2018, ECLI:NL:RBROT:2018:2984
- Rb. Rotterdam 30 juli 2015, ECLI:NL:RBROT:2015:5470
- Rb. Rotterdam 15 december 2011, ECLI:NL:RBROT:2011:BU9027
- Rb. Rotterdam 9 december 2010, ECLI:NL:RBROT:2010:BO7259
- Rb. Rotterdam 24 juli 2009, ECLI:NL:RBROT:2009:BJ5629
- Rb. Rotterdam 28 mei 2009, ECLI:NL:RBROT:2009:BI7083
- Rb. Rotterdam 27 april 2009, ECLI:NL:RBROT:2009:BI2848
- Rb. Rotterdam 24 maart 2009, ECLI:NL:RBROT:2009:BH9061
- Rb. Rotterdam 24 maart 2009, ECLI:NL:RBROT:2009:BH8571
- Rb. Rotterdam 13 januari 2009, ECLI:NL:RBROT:2009:BG9812
- Rb. Rotterdam 28 november 2008, ECLI:NL:RBROT:2008:BG6360
- Rb. Rotterdam 6 oktober 2008, ECLI:NL:RBROT:2008:BF7630
- Rb. Rotterdam 3 maart 2008, ECLI:NL:RBROT:2008:BC6187
- Rb. Rotterdam 21 februari 2008, ECLI:NL:RBROT:2008:BC6160
- Rb. Rotterdam 14 januari 2008, ECLI:NL:RBROT:2008:BC2674
- CBb 9 april 2013, ECLI:NL:CBB:2013:CA0498