Art. 24a WED, Van de opsporing
Wet op de economische delicten (WED)
1. Een ieder is verplicht aan de opsporingsambtenaren binnen de door hen gestelde redelijke termijn alle medewerking te verlenen die deze redelijkerwijs kunnen vorderen bij de uitoefening van de hen krachtens deze titel toekomende bevoegdheden.
2. Zij die uit hoofde van ambt, beroep of wettelijk voorschrift verplicht zijn tot geheimhouding, kunnen het verlenen van medewerking weigeren, voor zover dit uit hun geheimhoudingsplicht voortvloeit.
3. De opsporingsambtenaren zijn bevoegd op kosten van de overtreder door feitelijk handelen op te treden tegen hetgeen in strijd met de in het eerste lid bedoelde verplichting is of wordt gedaan, gehouden of nagelaten, voor zover dat redelijkerwijs voor de vervulling van hun taak nodig is.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- HR 21 december 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL0666
- HR 14 november 2023, ECLI:NL:HR:2023:1562
- Rb. Amsterdam 26 februari 2020, ECLI:NL:RBAMS:2020:1198
- HR 12 juni 2018, ECLI:NL:HR:2018:901
- Conclusie A-G Keulen 11 juli 2023, ECLI:NL:PHR:2023:676
- Rb. Rotterdam 26 maart 2010, ECLI:NL:RBROT:2010:BL9871
- Rb. Amsterdam 26 februari 2020, ECLI:NL:RBAMS:2020:1199
- Conclusie A-G Spronken 3 april 2018, ECLI:NL:PHR:2018:292
- Conclusie A-G Spronken 3 april 2018, ECLI:NL:PHR:2018:291
- Conclusie A-G Vegter 21 december 2010, ECLI:NL:PHR:2010:BL0666
- HR 12 juni 2018, ECLI:NL:HR:2018:902
- Hof Den Haag 5 december 2014, ECLI:NL:GHDHA:2014:4095
- Hof Amsterdam 11 februari 2026, ECLI:NL:GHAMS:2026:326
- Hof Amsterdam 9 januari 2020, ECLI:NL:GHAMS:2020:418
- Hof Amsterdam 9 januari 2020, ECLI:NL:GHAMS:2020:417