HR 12 juni 2018, ECLI:NL:HR:2018:902

Economische zaak. Vissen met gemanipuleerde netten. Veroordeling wegens niet voldoen aan een vordering ex art. 21 en 24a WED bij controle van een vissersboot. Bewijs opzet a.b.i. art. 26 WED. HR leest bewezenverklaring verbeterd, zodat de klacht dat in de bewezenverklaring niet is opgenomen dat verdachte "opzettelijk" niet heeft voldaan aan een ex art. 21 en 24a WED gedane vordering feitelijke grondslag komt te ontvallen. De bewezenverklaring, v.zv. behelzende dat verdachte "opzettelijk" niet heeft voldaan aan de door een opsporingsambtenaar ex art. 21 jo. 24a WED gedane vordering, kan niet z.m. uit de gebezigde bewijsvoering volgen. De daartoe door het Hof i.h.b. in aanmerking genomen omstandigheid dat op enig moment vóór de in de bewezenverklaring bedoelde vordering de visnetten bewust zijn gevierd om een controle van de netten te vermijden, kan 's Hofs oordeel dat verdachte opzet had op het niet-voldoen aan de nadien gegeven vordering tot het opdreggen van de visnetten, niet z.m. dragen. De uitspraak is daarom niet naar de eis der wet met redenen omkleed. Volgt partiële vernietiging en terugwijzing. Samenhang met 17/01159 E.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen