HR 12 juni 2018, ECLI:NL:HR:2018:901
Economische zaak. Vissen met gemanipuleerde netten. 1. OM-cassatie. Ne bis in idem. Hof heeft OM n-o verklaard in vervolging, nu schorsing visvergunning “criminal charge” oplevert. Heeft schorsing visvergunning van verdachte vanwege het handelen in strijd met art. 16 Verordening (EG) 850/98 gevolgen voor de strafrechtelijke vervolgbaarheid van diezelfde gedraging? Art. 50 en 51 Handvest. 2. Cassatie verdachte. Veroordeling wegens niet voldoen aan vordering ex art. 21 en 24a WED bij controle van vissersboot. Bewijsklacht t.a.v. het opzet a.b.i. art. 26 WED. Ad. 1. HR herhaalt t.a.v. juridisch kader de relevante overwegingen uit EHRM nrs. 24130/11 en 29758/11 (A en B/Noorwegen) m.b.t. betekenis van "een strafrechtelijke procedure voor een strafbaar feit" a.b.i. art. 4.1 Zevende Protocol EVRM en HvJ EU ECLI:EU:C:2018:197 (Menci) m.b.t. de betekenis van "een strafrechtelijke procedure voor een strafbaar feit" a.b.i. art. 50 Handvest. Art. 68 Sr is, zoals Hof kennelijk heeft geoordeeld, i.c. niet van toepassing, omdat niet sprake is van meerdere onherroepelijke beslissingen van de strafrechter. In aanmerking genomen dat verdachte in de onderhavige strafzaak overtreding van het in art. 16 Verordening (EG) 850/98 is tlgd., zijn art. 50 en 51 Handvest van toepassing. Kennelijk heeft Hof, door te overwegen dat de schorsing van de visvergunning moet worden aangemerkt als "criminal charge" en dat derhalve sprake is van schending van het ne bis in idem-beginsel, geoordeeld dat die schorsing moet worden opgevat als veroordeling voor een strafbaar feit in de zin van art. 50 Handvest en dat dientengevolge de vervolging van verdachte vanwege het handelen in strijd met art. 16 Verordening (EG) 850/98 onverenigbaar is met art. 50 Handvest. Hof heeft terecht tot uitgangspunt genomen dat het met de schorsing van de visvergunning nagestreefde doel niet repressief was (vgl. ECLI:NL:RVS:2008:BC3625). De omstandigheid dat verdachte t.g.v. de schorsing van de visvergunning inkomsten voor een bedrag van € 88.275,- is misgelopen is niet van dien aard dat de schorsing van de visvergunning heeft te gelden als "criminal charge" en daarmee als een veroordeling van verdachte voor een strafbaar feit in de zin van art. 50 Handvest. Het hierop gebaseerde oordeel dat sprake is van "een ontoelaatbare dubbele vervolging", geeft derhalve blijk van een onjuiste rechtsopvatting. Ad. 2. Bewezenverklaring, v.zv. behelzende dat verdachte "opzettelijk" niet heeft voldaan aan de door een opsporingsambtenaar ex art. 21 jo. 24a WED gedane vordering, kan niet z.m. uit de gebezigde bewijsvoering volgen. De daartoe door het Hof i.h.b. in aanmerking genomen omstandigheid dat op enig moment vóór de in de bewezenverklaring bedoelde vordering de visnetten bewust zijn gevierd om een controle van de netten te vermijden, kan 's Hofs oordeel dat verdachte opzet had op het niet-voldoen aan de nadien gegeven vordering tot het opdreggen van de visnetten, niet z.m. dragen. De uitspraak is daarom niet naar de eis der wet met redenen omkleed. Volgt vernietiging en terugwijzing. Samenhang met 17/01404 E.
De uitspraak op rechtspraak.nl