Art. 28 WED, Van voorlopige maatregelen
Wet op de economische delicten (WED)
1. Indien tegen de verdachte ernstige bezwaren zijn gerezen en tevens de belangen, welke door het vermoedelijk overtreden voorschrift worden beschermd, een onmiddellijk ingrijpen vereisen, is de officier van justitie in alle zaken, economische delicten betreffende, met uitzondering van die, bedoeld in artikel 6, derde lid, bevoegd, zolang de behandeling ter terechtzitting nog niet is aangevangen, de verdachte bij deze te betekenen kennisgeving als voorlopige maatregel te bevelen:
a. zich te onthouden van bepaalde handelingen;
b. zorg te dragen, dat in het bevel aangeduide voorwerpen, welke vatbaar zijn voor inbeslagneming, opgeslagen en bewaard worden ter plaatse, in het bevel aangegeven.
2. Op de vorengenoemde bevelen is artikel 10, eerste lid, van overeenkomstige toepassing.
3. De vorengenoemde bevelen verliezen hun kracht door een tijdsverloop van zes maanden en blijven uiterlijk van kracht, totdat de rechterlijke einduitspraak in de zaak, waarin zij zijn gegeven, onherroepelijk is geworden. Zij kunnen tussentijds door de officier van justitie bij aan de verdachte te betekenen kennisgeving worden gewijzigd of ingetrokken of door het gerecht, waarvoor de zaak wordt vervolgd, worden gewijzigd of opgeheven. Het gerecht kan dit doen ambtshalve, of op het verzoek van de verdachte; deze wordt steeds gehoord, althans behoorlijk opgeroepen, tenzij: Het gerecht beslist op een verzoek van de verdachte binnen vijf dagen, nadat het ter griffie is ingediend.
1°. het gerecht reeds aanstonds tot wijziging overeenkomstig het verzoek van de verdachte dan wel tot opheffing besluit;
2°. nog geen twee maanden zijn verstreken sedert op een vorig verzoek van de verdachte van gelijke strekking is beslist.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Conclusie A-G Keulen 23 januari 2024, ECLI:NL:PHR:2024:231
- HR 3 juni 2008, ECLI:NL:HR:2008:BC8658
- ABRvS 11 oktober 2024, ECLI:NL:RVS:2024:4111
- ABRvS 4 februari 2005, ECLI:NL:RVS:2005:AS5510
- Rb. Zutphen 17 oktober 2007, ECLI:NL:RBZUT:2007:BB5622
- Rb. 's-Gravenhage 3 november 2010, ECLI:NL:RBSGR:2010:BO6758
- Rb. 's-Gravenhage 28 januari 2009, ECLI:NL:RBSGR:2009:BH9179
- Rb. Rotterdam 16 januari 2025, ECLI:NL:RBROT:2025:470
- Rb. Rotterdam 9 juli 2015, ECLI:NL:RBROT:2015:4894
- Rb. Rotterdam 10 juli 2013, ECLI:NL:RBROT:2013:5993
- Rb. Oost-Brabant 27 augustus 2026, ECLI:NL:RBOBR:2026:6053
- Rb. Oost-Brabant 27 augustus 2026, ECLI:NL:RBOBR:2026:6033
- Rb. Oost-Brabant 28 november 2017, ECLI:NL:RBOBR:2017:6174
- Rb. Oost-Brabant 28 november 2017, ECLI:NL:RBOBR:2017:6173
- Rb. Oost-Brabant 24 november 2014, ECLI:NL:RBOBR:2014:7129
- Rb. Oost-Brabant 23 juli 2014, ECLI:NL:RBOBR:2014:4153
- Rb. Middelburg 17 oktober 2011, ECLI:NL:RBMID:2011:BV1739
- Rb. Middelburg 9 februari 2009, ECLI:NL:RBMID:2009:BH2342
- Rb. Leeuwarden 22 juni 2000, ECLI:NL:RBLEE:2000:AA6274
- Rb. Leeuwarden 22 juni 2000, ECLI:NL:RBLEE:2000:AA6273