Conclusie A-G Spronken 3 april 2018, ECLI:NL:PHR:2018:291
Conclusie AG. Visserijzaak.Cassatieberoep OM wegens n-o verklaring door hof vanwege strijd met ne bis in idem-beginsel: vervolging overtreding van art. 16 Verordening (EG) nr. 850 terwijl er reeds een schorsing van de visvergunning was opgelegd, welk schorsing door het hof is aangemerkt als een "criminal charge". Cassatieberoep verdachte ten aanzien van veroordeling wegens niet voldoen aan een vordering ex art. 21 en 24a WED bij controle van een vissersboot. Bewijs opzet zoals bedoeld in art. 26 WED (vgl. HR 11 maart 2008, ECLI:NL:HR:2008:BC6140). De AG stelt zich op het standpunt dat de Hoge Raad, zowel naar aanleiding van het cassatieberoep van het OM als het cassatieberoep van de verdachte het arrest van het hof dient te vernietigen.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 184 Sr
- Artikel 94 Sv
- Artikel 1 WED
- Artikel 2 WED
- Artikel 6 WED
- Artikel 21 WED
- Artikel 24a WED
- Artikel 26 WED
- Artikel 3a Visserijwet 1963
- Artikel 55 Visserijwet 1963
- Artikel 3 Reglement zee- en kustvisserij 1977
- Artikel 3 Uitvoeringsregeling zeevisserij
- Artikel 53 Uitvoeringsregeling zeevisserij
- Artikel 93 Uitvoeringsregeling zeevisserij
- Artikel 96 Uitvoeringsregeling zeevisserij
- Artikel 6 EVRM
- Artikel 3 VWEU
- Artikel 1
- Artikel 16
- Artikel 45