Art. 6:1:16 Sv, Aanvang, schorsing, beëindiging en tenuitvoerleggingstermijn
Wetboek van Strafvordering (Sv)
1. Voor zover niet anders is bepaald, mag geen rechterlijke beslissing ten uitvoer worden gelegd, zolang daartegen nog enig gewoon rechtsmiddel openstaat en, zo dit is aangewend, totdat het is ingetrokken of daarop is beslist.
2. Een uitspraak op de vordering van het openbaar ministerie tot oplegging van de verplichting een geldbedrag aan de staat te betalen ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel, kan ten uitvoer worden gelegd nadat de veroordeling, als bedoeld in artikel 36e, eerste onderscheidenlijk derde lid, van het Wetboek van Strafrecht, onherroepelijk is geworden.
3. Is een mededeling als bedoeld in artikel 366 voorgeschreven, dan kan de tenuitvoerlegging van het vonnis of arrest geschieden na de betekening van die mededeling. Bij vonnissen of arresten bij verstek gewezen, waarbij zodanige mededeling niet behoeft te geschieden, kan de tenuitvoerlegging geschieden na de uitspraak. Door hoger beroep of beroep in cassatie wordt de tenuitvoerlegging geschorst of opgeschort.
4. De laatste volzin van het derde lid geldt niet:
a. voor bevelen bij het vonnis of arrest verleend die dadelijk uitvoerbaar zijn;
b. indien naar het oordeel van het openbaar ministerie vaststaat dat het rechtsmiddel na het verstrijken van de daarvoor gestelde termijn is aangewend, tenzij op verzoek van degene die het middel heeft aangewend, en na zijn verhoor, indien hij dit bij het verzoek heeft gevraagd, de voorzieningenrechter van het gerechtshof of de rechtbank anders bepaalt.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- HR 26 november 2024, ECLI:NL:HR:2024:1729
- HR 6 maart 2020, ECLI:NL:HR:2020:389
- HR 3 maart 2020, ECLI:NL:HR:2020:377
- Conclusie A-G Bleichrodt 18 februari 2020, ECLI:NL:PHR:2020:160
- Rb. Gelderland 13 januari 2020, ECLI:NL:RBGEL:2020:146
- Rb. Gelderland 13 januari 2020, ECLI:NL:RBGEL:2020:147
- Conclusie A-G Hofstee 28 juni 2022, ECLI:NL:PHR:2022:635
- HR 27 september 2022, ECLI:NL:HR:2022:1319
- Hof Arnhem-Leeuwarden 3 februari 2022, ECLI:NL:GHARL:2022:891
- Conclusie A-G Hofstee 18 juni 2024, ECLI:NL:PHR:2024:656
- Conclusie A-G Keulen 15 februari 2022, ECLI:NL:PHR:2022:143
- HR 3 februari 2026, ECLI:NL:HR:2026:156
- HR 25 juni 2024, ECLI:NL:HR:2024:896
- HR 15 juni 2021, ECLI:NL:HR:2021:846
- Conclusie A-G Paridaens 14 maart 2023, ECLI:NL:PHR:2023:297
- Conclusie A-G Bleichrodt 17 maart 2020, ECLI:NL:PHR:2020:255
- Rb. Rotterdam 28 november 2025, ECLI:NL:RBROT:2025:14746
- Rb. Rotterdam 5 september 2023, ECLI:NL:RBROT:2023:12858
- Rb. Noord-Nederland 11 juni 2024, ECLI:NL:RBNNE:2024:2330
- Rb. Midden-Nederland 29 december 2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:7003