Conclusie A-G Bleichrodt 18 februari 2020, ECLI:NL:PHR:2020:160

Vordering tot cassatie in het belang der wet. Wet USB. De Wet USB bevat geen uitdrukkelijke bepaling over hoger beroep tegen een beslissing op een vordering tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijk opgelegde straf. De rechtbank heeft daaraan volgens de advocaat-generaal ten onrechte de gevolgtrekking verbonden dat de beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging in hoger beroep niet aan het oordeel van het hof is onderworpen. De Wet USB heeft immers geen inhoudelijke wijziging gebracht van de artikelen 361a Sv en 407 Sv. Het vonnis houdt ingevolge art. 361a Sv in geval van gelijktijdige behandeling van de tenlastelegging en de vordering tot tenuitvoerlegging ook de beslissing van de rechtbank over de vordering in. Het eerste lid van art. 407 Sv bepaalt dat het hoger beroep slechts tegen het vonnis in zijn geheel kan worden ingesteld. Dat betekent volgens de advocaat-generaal dat de beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging in geval van gelijktijdige berechting met het nieuwe feit aan het oordeel van het hof is onderworpen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken