Art. 6:1:18 Sv, Aanvang, schorsing, beëindiging en tenuitvoerleggingstermijn
Wetboek van Strafvordering (Sv)
1. De proeftijd van een voorwaarde bij een veroordeling waarbij de rechter heeft bepaald dat een door hem opgelegde straf geheel of gedeeltelijk niet zal worden tenuitvoergelegd, begint op de dag dat het vonnis of arrest onherroepelijk is geworden danwel op de dag van de uitspraak indien de rechter dadelijke uitvoerbaarheid beveelt. Indien de veroordeelde en het openbaar ministerie voor de dag dat het vonnis of arrest onherroepelijk is geworden aangeven af te zien van aanwending van een rechtsmiddel, gaat de proeftijd in op de vijftiende dag nadat de uitspraak is gedaan.
2. De proeftijd van een voorwaarde bij een voorwaardelijke invrijheidstelling gaat in op de dag van de voorwaardelijke invrijheidstelling. De proeftijd is gelijk aan de periode waarover voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend, maar bedraagt ten minste een jaar. Op vordering van het openbaar ministerie kan de rechter de proeftijd met ten hoogste twee jaren verlengen. Indien er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de veroordeelde, bedoeld in artikel 38z, eerste lid, aanhef en onder b en c, van het Wetboek van Strafrecht, wederom een misdrijf zal begaan waarvoor de rechter een maatregel strekkende tot gedragsbeïnvloeding of vrijheidsbeperking kan opleggen of indien dit ter voorkoming van ernstig belastend gedrag jegens slachtoffers of getuigen noodzakelijk is, kan de rechter, op vordering van het openbaar ministerie, de proeftijd telkens met ten hoogste twee jaren verlengen.
3. De in het eerste en tweede lid bedoelde proeftijden lopen niet gedurende de tijd dat de veroordeelde rechtens zijn vrijheid is ontnomen.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- HR 15 juni 2021, ECLI:NL:HR:2021:850
- Conclusie A-G Vegter 2 maart 2021, ECLI:NL:PHR:2021:194
- Rb. Gelderland 2 juli 2020, ECLI:NL:RBGEL:2020:3915
- Conclusie A-G Aben 10 januari 2023, ECLI:NL:PHR:2023:21
- Conclusie A-G Harteveld 4 oktober 2022, ECLI:NL:PHR:2022:886
- Rb. Gelderland 7 augustus 2020, ECLI:NL:RBGEL:2020:4168
- Conclusie A-G Harteveld 4 oktober 2022, ECLI:NL:PHR:2022:887
- Conclusie A-G Keulen 9 juni 2020, ECLI:NL:PHR:2020:570
- Rb. Zeeland-West-Brabant 18 februari 2020, ECLI:NL:RBZWB:2020:1822
- Rb. Rotterdam 20 januari 2021, ECLI:NL:RBROT:2021:316
- Rb. Midden-Nederland 16 januari 2020, ECLI:NL:RBMNE:2020:258
- Rb. Limburg 15 september 2022, ECLI:NL:RBLIM:2022:7086
- Rb. Gelderland 11 maart 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:1913
- Rb. Gelderland 30 oktober 2020, ECLI:NL:RBGEL:2020:5803
- Rb. Amsterdam 14 februari 2020, ECLI:NL:RBAMS:2020:1439
- Conclusie A-G Aben 28 november 2023, ECLI:NL:PHR:2023:1087
- Rb. Zeeland-West-Brabant 24 november 2020, ECLI:NL:RBZWB:2020:5809
- Rb. Rotterdam 17 februari 2023, ECLI:NL:RBROT:2023:1929
- Rb. Rotterdam 21 juli 2021, ECLI:NL:RBROT:2021:7768
- Rb. Rotterdam 24 februari 2021, ECLI:NL:RBROT:2021:13436