HR 25 juni 2024, ECLI:NL:HR:2024:896

Zaak IJsberg. Profijtontneming, w.v.v. uit schuldwitwassen van bitcoins. 1. Voorwaardelijk middel van betrokkene. Middel a.b.i. wet? 2. Redelijke termijn (inzendtermijn) in cassatie. Ad 1. Als middel aangeduide klacht moet onbesproken blijven omdat die slechts strekt tot vernietiging van uitspraak in ontnemingszaak als middelen in samenhangende strafzaak (22/00485) gegrond zouden worden bevonden. HR merkt op dat o.g.v. art. 6:1:16.2 Sv uitspraak op ontnemingsvordering pas kan worden tenuitvoergelegd nadat en v.zv. veroordeling a.b.i. art. 36e Sr onherroepelijk is geworden en dat o.g.v. art. 511i Sv uitspraak op ontnemingsvordering van rechtswege vervalt doordat en v.zv. uitspraak als gevolg waarvan veroordeling a.b.i. art. 36e Sr achterwege blijft, in kracht van gewijsde gaat (vgl. HR:1998:ZD1016). Ad 2. Schriftuur klaagt verder enkel over redelijke termijn in cassatie. HR: art. 80a RO. Samenhang met 22/00391, 22/00406, 22/00470, 22/00484, 22/00485, 22/00487, 22/00488, 22/00729 P, 22/00787 P en 22/00896 P en met 22/00789 P en 22/00851 P (niet gepubliceerd; geen middelen ingediend, betrokkene n-o).

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken