Conclusie A-G Hofstee 18 juni 2024, ECLI:NL:PHR:2024:656

Vordering cassatie in het belang der wet. De vordering snijdt diverse rechtsvragen aan op het gebied van de dadelijke uitvoerbaarheid van de tbs met voorwaarden die nog niet onherroepelijk is. Naar aanleiding van twee beslissingen van de penitentiaire kamer van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden gaat de AG in het bijzonder in op (de mogelijkheid van) 1) de omzetting van een niet onherroepelijke tbs met voorwaarden die dadelijk uitvoerbaar is verklaard in een tbs met alsnog verpleging van overheidswege ('de omgezette tbs'), 2) de verlenging van de termijn van een dadelijk uitvoerbaar verklaarde, niet onherroepelijke tbs met voorwaarden en 3) de verlenging van de termijn van die 'omgezette tbs'. In al deze gevallen ontbreekt volgens de AG daarvoor een wettelijke grondslag. Bijkomend komt ook de vraag aan bod of in de strafprocedure het gerechtshof in hoger beroep de door de rechtbank gegeven beslissing tot dadelijke uitvoerbaarheid (afzonderlijk) moet opheffen indien het hof het vonnis van de rechtbank vernietigt en geen of een andere sanctie oplegt. Een dergelijke afzonderlijke beslissing is volgens de AG niet nodig omdat de nieuwe uitspraak van het hof, ook al is deze evenmin onherroepelijk, in de plaats komt van het vonnis, waarmee het in eerste aanleg gegeven bevel tot dadelijke uitvoerbaarheid van de sanctie van rechtswege vervalt. De AG stelt vier middelen van cassatie voor en geeft de Hoge Raad in overweging de twee bedoelde beslissingen van de penitentiaire kamer in het belang der wet te vernietigen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken