HR 3 februari 2026, ECLI:NL:HR:2026:156
Belediging van treinconducteur, art. 266.1 jo. 267.1.2 Sr. Dubbel verstek. Ontvankelijkheid hoger beroep, gebrekkige volmacht (art. 450.3 Sv). Kon hof (enkelvoudige kamer) de verdachte n-o verklaren in zijn h.b. op de grond dat volmacht van advocaat aan griffiemedewerker Rb niet voldoet aan eisen van art. 450.3 Sv, nu daarin niet is vermeld dat verdachte instemt met het door griffiemedewerker dadelijk in ontvangst nemen van oproeping voor tz. in h.b.? In HR:2009:BJ7810 heeft HR eisen geformuleerd waaraan schriftelijke volmacht van advocaat aan griffiemedewerker om h.b. in te stellen moet voldoen. Zo moet die volmacht inhouden: a. verklaring van advocaat dat hij door verdachte bepaaldelijk is gevolmachtigd tot instellen van h.b. (art. 450.1.a Sv); b. verklaring van advocaat dat verdachte instemt met het door medewerker op griffie dadelijk in ontvangst nemen van oproeping voor tz. in h.b. (art. 450.3 Sv); en c. adres dat door verdachte is opgegeven voor toezending van afschrift van dagvaarding in h.b. (art. 450.3 Sv). Deze eisen moeten worden bezien tegen achtergrond van aanscherping van wettelijke regeling voor instellen van h.b. Die aanscherping heeft tot doel problemen m.b.t. betekening van dagvaardingen en oproepingen om in h.b. terecht te staan, te voorkomen althans te verminderen. Daarbij is van belang dat mogelijkheid van (met instemming van verdachte) dadelijk in ontvangst nemen van oproeping voor tz. in h.b. door griffiemedewerker in het licht van regeling van art. 432.1.a jo. 6:1:16.1 Sv bijdraagt aan voortvarende tul van rechterlijke uitspraken, nu deze uitreiking geldt als uitreiking in persoon aan verdachte (art. 450.5 Sv). Gelet op deze ratio van eisen waaraan volmacht moet voldoen die door advocaat is verstrekt, is in zaken waarin ttz. in h.b. noch verdachte noch door hem gemachtigde raadsman is verschenen, in de regel het h.b. dat advocaat door middel van schriftelijke volmacht aan griffiemedewerker heeft ingesteld, n-o als die volmacht niet aan al die voorwaarden voldoet. In het licht van diezelfde ratio heeft HR in eerdere rechtspraak geoordeeld dat onvoldoende grond bestaat voor niet-ontvankelijkverklaring van h.b. op de grond dat volmacht niet voldoet aan de onder a genoemde voorwaarde als ttz. in h.b. wel verdachte of gemachtigde raadsman is verschenen en deze daar (zo nodig daarnaar uitdrukkelijk gevraagd) heeft verklaard dat aan verlening van (onvolkomen) volmacht de wens van verdachte ten grondslag lag om (op geldige manier) h.b. te doen instellen, zodat dat verzuim voor gedekt kan worden gehouden (vgl. HR:2012:BV6999), en ook niet op de grond dat volmacht niet voldoet aan de onder b en c vermelde voorwaarden als verdachte of gemachtigde raadsman ttz. in h.b. is verschenen, omdat belang dat met die voorwaarden is gediend, in zo’n geval niet is geschaad, zodat verzuim voor gedekt kan worden gehouden (vgl. HR:2013:BY8357). Onderzoek is ttz. in h.b. van 17-1-2023 aangevangen. Op die tz. heeft hof blijkens daarvan opgemaakt p-v niet ontvankelijkheid van h.b. beoordeeld. Hof heeft op nadere tz. van 30-6-2023 (vanwege wijziging in samenstelling) onderzoek opnieuw aangevangen. Voor deze tz., waarop niet verdachte of gemachtigd raadsman is verschenen, was oproeping aan verdachte in persoon uitgereikt. Hof heeft op deze zitting het h.b. van verdachte n-o verklaard. Daartoe heeft hof overwogen dat schriftelijke volmacht die is opgenomen in e-mailbericht van advocaat, niet voldoet aan de in art. 450.3 Sv gestelde eisen, omdat hierin niet is vermeld dat verdachte instemt met het door griffiemedewerker dadelijk in ontvangst nemen van oproeping voor tz. in h.b. Hoewel in zo’n geval, zoals volgt uit wat hiervoor is vooropgesteld, in de regel geldt dat beroep n-o wordt verklaard, bestaat daarvoor in dit geval, waarin oproeping van verdachte voor nadere tz. in h.b. in persoon aan verdachte is uitgereikt, onvoldoende grond. Belang dat met hiervoor genoemde eis is gediend, is hier vanwege die manier van uitreiken immers niet geschaad. ‘s Hofs oordeel dat ontbreken van genoemde instemming moet leiden tot niet-ontvankelijkverklaring van h.b., getuigt daarom van onjuiste rechtsopvatting. Volgt vernietiging en terugwijzing. CAG: anders.
De uitspraak op rechtspraak.nl