Art. 232 Fw, Van de verlening van surseance van betaling en haar gevolgen
De surseance werkt niet ten aanzien van:
1°. vorderingen waaraan voorrang is verbonden, behoudens voorzover zij niet verhaald kunnen worden op de goederen waarop de voorrang rust;
2°. vorderingen wegens kosten van levensonderhoud of van verzorging of opvoeding, verschuldigd krachtens de wet en vastgesteld bij overeenkomst of rechterlijke uitspraak, behoudens voorzover het gaat om vóór de aanvang der surseance vervallen termijnen, waarvan de rechtbank het bedrag heeft vastgesteld, waarvoor de surseance werkt;
3°. termijnen van huurkoop en van scheepshuurkoop.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Conclusie A-G Timmerman 22 september 2017, ECLI:NL:PHR:2017:1014
- Gerecht in eerste aanleg van Curaçao 28 augustus 2017, ECLI:NL:OGEAC:2017:300
- Rb. Zutphen 26 juni 2000, ECLI:NL:RBZUT:2000:AA6744
- Rb. 's-Gravenhage 8 oktober 2009, ECLI:NL:RBSGR:2009:BK5585
- Rb. 's-Gravenhage 2 september 2002, ECLI:NL:RBSGR:2002:AE8401
- Rb. Amsterdam 22 maart 2017, ECLI:NL:RBAMS:2017:2006
- Conclusie A-G Timmerman 13 oktober 2017, ECLI:NL:PHR:2017:1593
- Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 28 april 2026, ECLI:NL:OGEABES:2026:20
- Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 17 april 2026, ECLI:NL:OGEABES:2026:19
- Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 9 maart 2021, ECLI:NL:OGEABES:2021:2
- Kantongerecht Terborg 8 maart 2001, ECLI:NL:KTGTRB:2001:AB0552
- Hof 's-Gravenhage 28 april 2009, ECLI:NL:GHSGR:2009:BI8909