Art. 233 Fw, Van de verlening van surseance van betaling en haar gevolgen
De betaling van alle andere schulden, bestaande vóór de aanvang der surseance, kan, zolang de surseance duurt, niet anders plaats hebben dan aan alle schuldeisers gezamenlijk, in evenredigheid hunner vorderingen.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- HR 12 januari 1968, ECLI:NL:HR:1968:AC2286
- Rb. 's-Hertogenbosch 20 oktober 2010, ECLI:NL:RBSHE:2010:BO1291
- Rb. 's-Gravenhage 8 oktober 2009, ECLI:NL:RBSGR:2009:BK5585
- Rb. Rotterdam 13 maart 2024, ECLI:NL:RBROT:2024:2445
- Rb. Arnhem 3 maart 2004, ECLI:NL:RBARN:2004:AO4857
- Rb. Amsterdam 1 juni 2022, ECLI:NL:RBAMS:2022:3486
- Rb. Amsterdam 13 januari 2022, ECLI:NL:RBAMS:2022:1287
- Conclusie A-G Drijber 22 mei 2026, ECLI:NL:PHR:2026:505
- Hof 's-Hertogenbosch 10 februari 2003, ECLI:NL:GHSHE:2003:AF5670