Rb. Amsterdam 22 maart 2017, ECLI:NL:RBAMS:2017:2006
Prejudiciële vraag voor HR: Komt een vordering ter zake van rente vervallen in de periode vanaf datum van surseance van betaling tot aan de datum van een opvolgend faillissement over een vordering ten aanzien waarvan de surseance van betaling werkt in aanmerking voor verificatie in een opvolgend faillissement dat wordt uitgesproken ingevolge een der bepalingen van Titel II van de Faillissementswet of wel binnen een maand na het einde der surseance. Voor prejudiciële beslissing zie ECLI:NL:HR:2017:2991.
De uitspraak op rechtspraak.nl