Art. 235 Fw, Van de verlening van surseance van betaling en haar gevolgen
1. Niettemin is degene die een schuld aan de boedel of een vordering op de boedel vóór de aanvang van de surseance van een derde heeft overgenomen, niet bevoegd tot verrekening, indien hij bij de overneming niet te goeder trouw heeft gehandeld.
2. Na de aanvang van de surseance overgenomen vorderingen of schulden kunnen niet worden verrekend.
3. De artikelen 55 en 56 zijn van overeenkomstige toepassing.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- HR 23 november 2018, ECLI:NL:HR:2018:2189
- HR 25 augustus 2023, ECLI:NL:HR:2023:1135
- Rb. Amsterdam 14 juli 2021, ECLI:NL:RBAMS:2021:5020
- Conclusie A-G Rank-Berenschot 10 februari 2023, ECLI:NL:PHR:2023:176
- Hof Arnhem-Leeuwarden 5 maart 2024, ECLI:NL:GHARL:2024:1635
- Rb. Rotterdam 22 juni 2022, ECLI:NL:RBROT:2022:4959
- Rb. Noord-Holland 14 maart 2018, ECLI:NL:RBNHO:2018:2095
- Rb. Leeuwarden 19 september 2007, ECLI:NL:RBLEE:2007:BB3977
- Rb. Gelderland 2 mei 2018, ECLI:NL:RBGEL:2018:4773
- Conclusie A-G Snijders 19 september 2025, ECLI:NL:PHR:2025:1013
- Conclusie A-G Snijders 19 september 2025, ECLI:NL:PHR:2025:1012
- Conclusie A-G Valk 5 oktober 2018, ECLI:NL:PHR:2018:1138
- Hof Leeuwarden 15 februari 2011, ECLI:NL:GHLEE:2011:BQ0826