Art. 29 Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/61, Uitstromen binnen een groep of een institutioneel protectiestelsel

Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/61

1. In afwijking van artikel 31 kunnen de bevoegde autoriteiten per geval toestemming verlenen om een lager uitstroompercentage toe te passen voor onbenutte krediet- of liquiditeitsfaciliteiten wanneer aan alle volgende voorwaarden is voldaan:

a) er zijn redenen om een lagere uitstroom te verwachten, zelfs in het kader van een gecombineerd idiosyncratisch en marktbreed stressscenario voor de verstrekker;

b) de tegenpartij is de moederinstelling of een dochter van de kredietinstelling of een andere dochter van dezelfde moederinstelling of is met de instelling verbonden op grond van een relatie in de zin van artikel 12, lid 1, van Richtlijn 83/349/EEG van de Raad (10), of een lid van hetzelfde institutionele protectiestelsel als bedoeld in artikel 113, lid 7, van Verordening (EU) nr. 575/2013, of een centraal orgaan of een aangesloten instelling van een netwerk of coöperatieve groep als bedoeld in artikel 10 van die verordening;

c) het lagere uitstroompercentage bedraagt niet minder dan het instroompercentage dat door de tegenpartij wordt toegepast;

d) de kredietinstelling en de tegenpartij zijn gevestigd in dezelfde lidstaat.

2. De bevoegde autoriteiten kunnen ontheffing van de voorwaarde van lid 1, onder d), verlenen wanneer artikel 20, lid 1, onder b), van Verordening (EU) nr. 575/2013 wordt toegepast. In dat geval moet aan de volgende aanvullende objectieve criteria worden voldaan:

a) de verstrekker en ontvanger van de liquiditeit hebben een laag liquiditeitsrisicoprofiel;

b) er bestaan juridisch bindende overeenkomsten en verbintenissen tussen de entiteiten van de groep met betrekking tot de onbenutte krediet- of liquiditeitslijn;

c) bij het beheer van het liquiditeitsrisico door de verstrekker van de liquiditeit wordt op passende wijze rekening gehouden met het liquiditeitsrisicoprofiel van de ontvanger van de liquiditeit.

Indien toepassing van dit lagere uitstroompercentage wordt toegestaan, informeert de bevoegde autoriteit de EBA over het resultaat van de procedure als bedoeld in artikel 20, lid 1, onder b), van Verordening (EU) nr. 575/2013. De bevoegde autoriteit onderzoekt regelmatig of aan de voorwaarden voor de toepassing van dergelijke lagere uitstroompercentages wordt voldaan.

Vorige artikelen

Volgende artikelen