Art. 27 Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/61, Uitstromen uit operationele deposito's
Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/61
1. Kredietinstellingen vermenigvuldigen met 25 % verplichtingen voortvloeiende uit deposito's die als volgt worden aangehouden:
a) door de inlegger om aanspraak te kunnen maken op diensten van de kredietinstelling op het gebied van clearing, bewaring, contantenbeheer of andere vergelijkbare diensten in het kader van een vaste operationele relatie;
b) in de context van een gemeenschappelijke taakuitvoering in het kader van een institutioneel protectiestelsel dat voldoet aan de vereisten van artikel 113, lid 7, van Verordening (EU) nr. 575/2013, of binnen een groep van coöperatieve kredietinstellingen die blijvend zijn aangesloten bij een centraal lichaam dat voldoet aan de vereisten van artikel 113, lid 6, van die verordening, of als een wettelijk of contractueel vastgelegd deposito van een andere kredietinstelling die deelneemt aan hetzelfde institutionele protectiestelsel of coöperatieve netwerk, mits deze deposito's voor de inleggende kredietinstelling niet als liquide activa worden erkend, als bedoeld in lid 3 en artikel 16;
c) door de inlegger in de context van een andere vaste operationele relatie dan bedoeld onder a);
d) door de inlegger om aanspraak te kunnen maken op diensten betreffende de clearing van geldposities en diensten van centrale instellingen, waarbij de kredietinstelling deel uitmaakt van een van de netwerken of stelsels als bedoeld in artikel 16.
2. In afwijking van lid 1 vermenigvuldigen kredietinstellingen met 5 % de verplichtingen voortvloeiende uit deposito's als bedoeld in lid 1, onder a), die gedekt zijn door een depositogarantiestelsel overeenkomstig Richtlijn 94/19/EG of Richtlijn 2014/49/EU of een gelijkwaardig depositogarantiestelsel in een derde land.
3. Deposito's van kredietinstellingen bij de centrale instelling die voor de deponerende kredietinstelling als liquide activa worden beschouwd overeenkomstig artikel 16, worden vermenigvuldigd met een uitstroompercentage van 100 % voor de centrale instelling over het bedrag van deze liquide activa na toepassing van de reductiefactor. Deze liquide activa worden niet meegerekend voor de dekking van andere uitstromen dan de in de eerste zin van dit lid bedoelde uitstroom en worden buiten beschouwing gelaten voor de in artikel 17 bedoelde berekening van de samenstelling van de overblijvende liquiditeitsbuffer voor de centrale instelling op individueel niveau.
4. Onder clearing, bewaring, contantenbeheer of andere vergelijkbare diensten als bedoeld in lid 1, onder a) en d), vallen deze diensten uitsluitend voor zover zij worden verleend in de context van een vaste relatie waarop de inlegger in belangrijke mate steunt. Voor deposito's als bedoeld in lid 1, onder a), c) en d), gelden significante juridische of operationele beperkingen waardoor grote opvragingen binnen dertig kalenderdagen onwaarschijnlijk zijn. Middelen die het bedrag overschrijden dat vereist is voor het verrichten van operationele diensten, worden behandeld als niet-operationele deposito's.
5. Deposito's die voortvloeien uit een correspondentbankrelatie of uit de verrichting van primebrokeragediensten worden niet als operationele deposito's behandeld en krijgen een uitstroompercentage van 100 % toegekend.
6. Om de deposito's als bedoeld in lid 1, onder c), aan te wijzen, neemt een kredietinstelling aan dat er sprake is van een vaste operationele relatie met een niet-financiële cliënt, met uitzondering van termijndeposito's, spaardeposito's en bemiddelde deposito's, wanneer aan alle onderstaande criteria is voldaan:
a) de vergoeding voor de rekening is ten minste 5 basispunten lager dan het gangbare tarief voor wholesaledeposito's met vergelijkbare kenmerken, maar hoeft niet negatief te zijn;
b) het deposito wordt aangehouden op speciaal hiervoor aangewezen rekeningen en geprijsd zonder voor de inlegger economische stimulansen te creëren om in het deposito meer middelen aan te houden dan nodig voor de operationele relatie;
c) materiële transacties worden regelmatig gecrediteerd en gedebiteerd op de desbetreffende rekening;
d) een van de volgende criteria is vervuld:
i) de relatie met de inlegger bestaat langer dan ten minste 24 maanden;
ii) het deposito wordt gebruikt voor ten minste twee actieve diensten. Deze diensten kunnen directe of indirecte toegang tot nationale of internationale betalingsdiensten, verhandeling van effecten of depositodiensten omvatten.
Alleen dat deel van het deposito dat vereist is om aanspraak te maken op de dienst waarvan het deposito een bijproduct is, wordt als operationeel deposito behandeld. Het overtollige deel wordt als niet-operationeel deposito behandeld.