Art. 28 Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/61, Uitstromen voortvloeiende uit andere verplichtingen

Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/61

1. Kredietinstellingen vermenigvuldigen met 40 % verplichtingen die voortvloeien uit deposito's van niet-financiële cliënten, centrale overheden, centrale banken, multilaterale ontwikkelingsbanken, publiekrechtelijke lichamen, kredietcoöperaties waaraan door een bevoegde autoriteit vergunning is verleend, particuliere beleggingsmaatschappijen of depositomakelaars, voor zover deze niet vallen onder artikel 27.

In afwijking van de eerste alinea worden de in die alinea bedoelde verplichtingen vermenigvuldigd met 20 % wanneer zij gedekt zijn door een depositogarantiestelsel overeenkomstig Richtlijn 94/19/EG of Richtlijn 2014/49/EU of een gelijkwaardig depositogarantiestelsel in een derde land.

2. Kredietinstellingen vermenigvuldigen uit de eigen bedrijfskosten van de instelling voortvloeiende verplichtingen met 0 %.

3. Kredietinstellingen vermenigvuldigen verplichtingen die voortvloeien uit gedekte leningstransacties en kapitaalmarktgerelateerde transacties als omschreven in artikel 192, punten 2 en 3, van Verordening (EU) nr. 575/2013, met een looptijd van ten hoogste dertig kalenderdagen:

a) met 0 % als zij worden gedekt door activa die als activa van niveau 1 kunnen worden aangemerkt overeenkomstig artikel 10, met uitzondering van gedekte obligaties van uiterst hoge kwaliteit als bedoeld in artikel 10, lid 1, onder f), of wanneer de kredietverstrekker een centrale bank is;

b) met 7 % als zij worden gedekt door activa die kunnen worden aangemerkt als gedekte obligaties van uiterst hoge kwaliteit als bedoeld in artikel 10, lid 1, onder f);

c) met 15 % als zij worden gedekt door activa die overeenkomstig artikel 11 kunnen worden aangemerkt als activa van niveau 2A;

d) met 25 %:

i) als zij worden gedekt door de activa als bedoeld in artikel 13, lid 2, onder g), punten i), ii) of iv);

ii) als zij worden gedekt door activa die niet als liquide activa kunnen worden aangemerkt overeenkomstig de artikelen 10 en 11 en de kredietverstrekker is de centrale overheid, een publiekrechtelijk lichaam van de lidstaat of van een derde land waar een vergunning aan de kredietinstelling is verleend of waar de kredietinstelling een dochteronderneming heeft, of een multilaterale ontwikkelingsbank. Deze behandeling wordt beperkt tot publiekrechtelijke lichamen met een risicogewicht van 20 % of minder overeenkomstig artikel 116, leden 4 en 5, van Verordening (EU) nr. 575/2013;

e) met 35 % als zij worden gedekt door de subcategorieën activa als bedoeld in artikel 13, lid 6, onder g), punten iii) of v);

f) 50 % als zij worden gedekt door:

i) bedrijfsschuldpapieren die als activa van niveau 2B kunnen worden aangemerkt overeenkomstig artikel 12, lid 1, onder b);

ii) aandelen die als activa van niveau 2B kunnen worden aangemerkt overeenkomstig artikel 12, lid 1, onder c);

g) met 100 % als zij worden gedekt door activa die niet als liquide activa kunnen worden aangemerkt overeenkomstig titel II, met uitzondering van transacties die vallen onder d), ii), van dit lid of wanneer de kredietverstrekker een centrale bank is.

4. Gegarandeerde swaps die binnen de volgende dertig dagen vervallen, leiden tot een uitstroom van de overtollige liquiditeitswaarde van de opgenomen activa ten opzichte van de liquiditeitswaarde van de verstrekte activa, tenzij de tegenpartij een centrale bank is, in welk geval een uitstroompercentage van 0 % wordt toegepast.

5. Compenserende bedragen aangehouden op afzonderlijke rekeningen die verbonden zijn met beschermingsregelingen voor cliënten krachtens nationale regelingen, worden als instromen overeenkomstig artikel 32 behandeld en worden uitgesloten van de voorraad liquide activa.

6. Kredietinstellingen passen een uitstroompercentage van 100 % toe op alle notes, obligaties en andere schuldbewijzen die door de kredietinstelling zijn uitgegeven, tenzij de obligatie uitsluitend op de retailmarkt wordt verkocht en op een retailrekening wordt gehouden, in welk geval deze instrumenten kunnen worden behandeld volgens de passende categorie voor retaildeposito's. Er worden zodanige beperkingen ingesteld dat deze instrumenten niet kunnen worden gekocht en aangehouden door andere partijen dan retailcliënten.

Verwijst naar

Vorige artikelen

Volgende artikelen