Art. 33 Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/61, Begrenzing van de instromen
Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/61
1. Kredietinstellingen beperken de erkenning van liquiditeitsinstromen tot 75 % van de totale liquiditeitsuitstromen zoals gedefinieerd in hoofdstuk 2, tenzij een specifieke instroom is vrijgesteld als bedoeld in de leden 2, 3 of 4.
2. Onder voorbehoud van voorafgaande goedkeuring door de bevoegde autoriteit kan de kredietinstelling de volgende liquiditeitsinstromen geheel of gedeeltelijk vrijstellen van de begrenzing als bedoeld in lid 1:
a) instromen waarbij de verstrekker de moederinstelling of een dochter van de kredietinstelling of een andere dochter van dezelfde moederinstelling is of met de kredietinstelling is verbonden door een betrekking in de zin van artikel 12, lid 1, van Richtlijn 83/349/EEG;
b) instromen uit deposito's die zijn geplaatst bij andere kredietinstellingen binnen een groep van entiteiten die in aanmerking komen voor de behandeling als bedoeld in artikel 113, leden 6 en 7, van Verordening (EU) nr. 575/2013;
c) instromen als bedoeld in artikel 26, met inbegrip van instromen uit leningen in verband met hypothecaire leningen of stimuleringsleningen als bedoeld in artikel 31, lid 9, of afkomstig van multilaterale ontwikkelingsbanken of publiekrechtelijke lichamen waarvoor de kredietinstelling als tussenpersoon heeft gefungeerd.
3. Onder voorbehoud van voorafgaande goedkeuring door de bevoegde autoriteit kunnen gespecialiseerde kredietinstellingen worden vrijgesteld van de beperking op instromen wanneer hun hoofdactiviteiten bestaan uit leasing en factoring, met uitzondering van de activiteiten als bedoeld in lid 4 en onder de voorwaarden van lid 5.
4. Onder voorbehoud van voorafgaande goedkeuring door de bevoegde autoriteit kan voor gespecialiseerde kredietinstellingen een beperking op de instromen van 90 % worden toegepast wanneer aan de voorwaarden van lid 5 is voldaan en wanneer hun hoofdactiviteiten bestaan uit:
a) het verstrekken van financiering voor de aankoop van motorvoertuigen;
b) het verstrekken van consumentenkredieten als bedoeld in Richtlijn 2008/48/EG.
5. De in lid 3 bedoelde kredietinstellingen kunnen worden vrijgesteld van de beperking van de instromen en de in lid 4 bedoelde kredietinstellingen kunnen een hoger percentage van 90 % toepassen op voorwaarde dat zij voldoen aan de volgende voorwaarden:
a) de zakelijke activiteiten hebben een laag liquiditeitsrisicoprofiel, rekening houdend met de volgende factoren:
i) de instromen vinden op hetzelfde moment plaats als de uitstromen;
ii) op individueel niveau wordt de kredietinstelling niet in grote mate gefinancierd door retaildeposito's;
b) op individueel niveau is het percentage van hoofdactiviteiten als bedoeld in de leden 3 of 4 hoger dan 80 % van de totale balans;
c) de afwijkingen worden vermeld in de jaarverslagen.
De bevoegde autoriteiten stellen de EBA in kennis van de gespecialiseerde kredietinstellingen waaraan een vrijstelling is verleend of waarvoor een hoger percentage wordt toegepast, en zij motiveren dit. De EBA publiceert en actualiseert de lijst van de gespecialiseerde kredietinstellingen die zijn vrijgesteld of waarvoor een hoger percentage wordt toegepast. De EBA kan verzoeken om bewijsstukken.
6. De in de leden 2, 3 en 4 bedoelde vrijstellingen kunnen, na goedkeuring door de bevoegde autoriteit, zowel op individueel als op geconsolideerd niveau worden toegepast overeenkomstig artikel 2, lid 3, onder e).
7. Kredietinstellingen beperken het bedrag van de netto liquiditeitsuitstromen waarop de begrenzing van de instromen wordt toegepast, in overeenstemming met de formule als voorgeschreven in bijlage II bij deze verordening.