Art. 8 Verordening (EU) nr. 347/2013, Organisatie van het vergunningverleningsproces

Verordening (EU) nr. 347/2013

1. Uiterlijk op 16 november 2013 wijst elke lidstaat een nationale bevoegde instantie aan die verantwoordelijk wordt voor het vergemakkelijken en coördineren van het vergunningverleningsproces voor projecten van gemeenschappelijk belang.

2. De verantwoordelijkheid van de in lid 1 bedoelde bevoegde instantie en/of de haar toebedeelde taken kunnen per project van gemeenschappelijk belang of per specifieke categorie van projecten van gemeenschappelijk belang worden gedelegeerd aan of uitgevoerd door een andere instantie, op voorwaarde dat:

a) de bevoegde instantie de Commissie van deze delegatie in kennis stelt en dat de daarin vervatte informatie door hetzij de bevoegde instantie, hetzij de projectpromotor op de in artikel 9, lid 7, bedoelde website wordt gepubliceerd;

b) per project van gemeenschappelijk belang slechts één instantie verantwoordelijk is, dat zij in het proces dat resulteert in het raambesluit voor een bepaald project van gemeenschappelijk belang het enige aanspreekpunt is voor de projectpromotor, en dat zij de indiening coördineert van alle relevante documenten en informatie.

De bevoegde instantie mag de verantwoordelijkheid voor de vaststelling van termijnen behouden, onverminderd de overeenkomstig artikel 10 vastgestelde termijnen.

3. De bevoegde instantie neemt, onverminderd de relevante eisen uit hoofde van het internationale recht en het Unierecht, stappen om de vaststelling van het raambesluit te vereenvoudigen. Het raambesluit wordt binnen het tijdsbestek als aangegeven in artikel 10, leden 1 en 2, en overeenkomstig één van de volgende regelingen bekendgemaakt:

a) geïntegreerde regeling: het raambesluit wordt door de bevoegde instantie vastgesteld en is het enige juridisch bindende besluit dat voortvloeit uit de wettelijk voorgeschreven vergunningverleningsprocedure. Wanneer ook andere autoriteiten bij de zaak betrokken zijn, kunnen zij in overeenstemming met het nationale recht hun advies uitbrengen als input voor de procedure, en met dit advies wordt rekening gehouden door de bevoegde instantie;

b) gecoördineerde regeling: het raambesluit omvat meerdere, elk afzonderlijk juridisch bindende door de diverse betrokken instanties vastgestelde besluiten, die door de bevoegde instantie moeten worden gecoördineerd. De bevoegde instantie kan een werkgroep instellen waarin alle betrokken instanties zijn vertegenwoordigd om overeenkomstig artikel 10, lid 4, onder b), een vergunningverleningsschema op te stellen en om de tenuitvoerlegging daarvan te monitoren en te coördineren. De bevoegde instantie stelt in overleg met de andere betrokken autoriteiten — in voorkomend geval in overeenstemming met het nationale recht — en zonder afbreuk te doen aan de overeenkomstig artikel 10 vastgestelde termijnen, voor elk geval afzonderlijk een redelijke termijn vast waarbinnen de afzonderlijke besluiten moeten worden getroffen. De bevoegde instantie kan een afzonderlijk besluit vaststellen namens een andere betrokken autoriteit wanneer het door die autoriteit vast te stellen besluit niet binnen de vastgelegde termijn is genomen en de vertraging niet afdoende kan worden gerechtvaardigd, of kan — wanneer aldus bepaald in het nationale recht en voor zover dit verenigbaar is met het Unierecht — zich op het standpunt stellen dat een andere betrokken nationale autoriteit hetzij haar goedkeuring aan het project heeft gehecht, hetzij weigert daaraan haar goedkeuring te verlenen indien het besluit van die instantie niet binnen de gestelde termijn is getroffen. Wanneer aldus bepaald in het nationale recht, kan de bevoegde instantie een afzonderlijk besluit van een andere nationale betrokken autoriteit naast zich neerleggen wanneer zij oordeelt dat de door de betrokken nationale autoriteit gebruikte argumenten een onvoldoende grondslag vormen voor dit besluit; in dat geval zorgt de bevoegde instantie ervoor dat de relevante eisen overeenkomstig het internationale recht en het Unierecht in acht worden genomen en rechtvaardigt zij haar besluit;

c) samenwerkingsregeling: het raambesluit wordt gecoördineerd door de bevoegde instantie. De bevoegde instantie stelt in overleg met de andere betrokken autoriteiten — in voorkomend geval in overeenstemming met het nationale recht — en zonder afbreuk te doen aan de overeenkomstig artikel 10 vastgestelde termijnen, voor elk geval afzonderlijk een redelijke termijn vast waarbinnen de afzonderlijke besluiten moeten worden getroffen. Zij ziet toe op de naleving van de termijnen door de betrokken autoriteiten.

Indien een door de betrokken autoriteit vast te stellen individueel besluit naar verwachting niet binnen de vastgelegde termijn wordt genomen, stelt die autoriteit de bevoegde instantie daarvan onverwijld in kennis, alsook van de redenen voor de vertraging. Vervolgens stelt de bevoegde instantie een nieuwe termijn vast waarbinnen dat afzonderlijke besluit moet worden getroffen, waarbij de overeenkomstig artikel 10 vastgestelde algemene termijnen worden nageleefd.

De lidstaten kunnen, met inachtneming van de nationale bijzonderheden op het gebied van planning- en vergunningverleningsprocessen, kiezen tussen de drie regelingen als bedoeld in de eerste alinea, onder a), b) en c), om hun procedures te vereenvoudigen en te coördineren en zij dienen in de praktijk hun voorkeur te laten uitgaan naar de meest effectieve regeling. Wanneer een lidstaat voor de samenwerkingsregeling kiest, stelt hij de Commissie in kennis van de achterliggende redenen. De Commissie neemt in het in artikel 17 bedoelde verslag een evaluatie op van de effectiviteit van de respectieve regelingen.

4. De lidstaten kunnen voor onshore- en offshoreprojecten van gemeenschappelijk belang ook andere regelingen als bedoeld in lid 3 toepassen.

5. Wanneer er voor een project van gemeenschappelijk belang in twee of meer lidstaten besluiten moeten worden genomen, nemen de respectieve bevoegde instanties alle nodige maatregelen voor een efficiënte en effectieve onderlinge samenwerking en coördinatie, ook wat betreft de in artikel 10, lid 4, bedoelde bepalingen. De lidstaten spannen zich in om te komen tot gezamenlijke procedures, met name voor de beoordeling van de milieueffecten.

Uitspraken die dit artikel aanhalen

Vorige artikelen

Volgende artikelen