Art. 6 Verordening (EU) nr. 347/2013, Europese coördinatoren

Verordening (EU) nr. 347/2013

1. Wanneer een project van gemeenschappelijk belang aanzienlijke uitvoeringsmoeilijkheden kent, kan de Commissie, met instemming van de betrokken lidstaten, voor een periode van maximaal één jaar, twee keer hernieuwbaar, een Europese coördinator aanwijzen.

2. De Europese coördinator moet:

a) de projecten waarvoor hij als Europees coördinator is aangewezen, en de grensoverschrijdende dialoog tussen de projectpromotoren en de betrokken partijen bevorderen;

b) alle partijen waar nodig bijstaan bij de raadpleging van de betrokken partijen en bij het verkrijgen van de nodige vergunningen voor de projecten;

c) in voorkomend geval de projectpromotoren van advies dienen omtrent de financiering van het project;

d) ervoor zorgen dat de betrokken lidstaten de nodige steun en strategische leiding verlenen voor de voorbereiding en uitvoering van de projecten;

e) ieder jaar en, in voorkomend geval, na de beëindiging van zijn mandaat, een verslag indienen bij de Commissie over de bij de uitvoering van de projecten geboekte vooruitgang en over alle moeilijkheden en hinderpalen die de oplevering van de projecten naar verwachting aanzienlijk kunnen vertragen. De Commissie stuurt dit verslag door naar het Europees Parlement en de betrokken Groepen.

3. De Europese coördinator wordt gekozen op basis van zijn ervaring met betrekking tot de aan hem toegewezen specifieke taken voor de projecten in kwestie.

4. In het besluit houdende aanwijzing van een Europese coördinator wordt de opdracht omschreven, meer bepaald de duur van het mandaat, de specifieke taken en de desbetreffende termijnen en de te hanteren methodologie. De coördinatie-inspanning is evenredig met de complexiteit en de geraamde kosten van de projecten.

5. De betrokken lidstaten werken volledig samen met de Europese coördinator bij de uitvoering van zijn in de leden 2 en 4 omschreven taken.

Vorige artikelen

Volgende artikelen