Art. 4 Verordening (EU) nr. 347/2013, Criteria voor projecten van gemeenschappelijk belang
1. Projecten van gemeenschappelijk belang moeten voldoen aan de volgende algemene criteria:
a) het project is noodzakelijk voor ten minste één van de prioritaire corridors en gebieden voor energie-infrastructuur;
b) de potentiële algemene voordelen van het project, beoordeeld volgens de respectieve specifieke criteria van lid 2, wegen zwaarder dan de kosten ervan, ook die op langere termijn, en
c) het project voldoet aan één van de volgende criteria:
i) het heeft betrekking op minimaal twee lidstaten doordat het op directe wijze de grens van twee of meer lidstaten overschrijdt;
ii) het is gelegen op het grondgebied van één lidstaat en heeft een aanzienlijk grensoverschrijdend effect als bedoeld in bijlage IV, punt 1;
iii) het overschrijdt de grens van ten minste één lidstaat en een land van de Europese Economische Ruimte.
2. De volgende specifieke criteria zijn bovendien van toepassing op projecten van gemeenschappelijk belang die vallen binnen specifieke energie-infrastructuurcategorieën:
a) wat projecten betreft voor elektriciteitstransmissie en -opslag die vallen binnen de energie-infrastructuurcategorieën van bijlage II, punt 1, onder a) tot en met d): het project draagt aanzienlijk bij tot minimaal één van de volgende specifieke criteria:
i) marktintegratie, onder meer door de isolatie van ten minste één lidstaat op te heffen en knelpunten in de energie-infrastructuur te verkleinen; mededinging en systeemflexibiliteit;
ii) duurzaamheid, onder meer door de integratie van hernieuwbare energie in het netwerk en de transmissie van hernieuwbare energie naar belangrijke verbruikscentra en opslagfaciliteiten;
iii) voorzieningszekerheid, onder meer door interoperabiliteit, geschikte verbindingen en veilige en betrouwbare uitbating van het systeem;
b) wat gasprojecten betreft die vallen binnen de energie-infrastructuurcategorieën van bijlage II, punt 2: het project draagt aanzienlijk bij tot minimaal één van de volgende specifieke criteria:
i) marktintegratie, onder meer door de isolatie van ten minste één lidstaat op te heffen en knelpunten in de energie-infrastructuur te verkleinen; interoperabiliteit en systeemflexibiliteit;
ii) energievoorzieningszekerheid, onder meer door geschikte verbindingen en diversificatie van leveringsbronnen, tegenpartijen voor levering en leveringsroutes;
iii) mededinging, onder meer door diversificatie van leveringsbronnen, tegenpartijen voor levering en leveringsroutes;
iv) duurzaamheid, onder meer door de emissies te verminderen, stroomopwekking uit fluctuerende hernieuwbare bronnen te ondersteunen en het gebruik van hernieuwbaar gas te vergroten;
c) wat projecten betreft voor slimme elektriciteitsnetwerken die vallen binnen de energie-infrastructuurcategorie van bijlage II, punt 1, onder e): het project draagt aanzienlijk bij tot alle van de volgende specifieke criteria:
i) integratie van netwerkgebruikers en betrokkenheid van die gebruikers bij nieuwe technische eisen met betrekking tot hun elektriciteitsvoorziening en -vraag;
ii) efficiëntie en interoperabiliteit van elektriciteitstransmissie en -distributie bij dagelijkse netwerkuitbating;
iii) netwerkveiligheid, toezicht op het systeem en kwaliteit van de voorziening;
iv) geoptimaliseerde planning van toekomstige kosteneffectieve netwerkinvesteringen;
v) marktwerking en klantendiensten;
vi) betrokkenheid van de klanten bij het beheer van hun energieverbruik;
d) wat projecten voor het transport van olie betreft die vallen binnen de energie-infrastructuurcategorieën van bijlage II, punt 3: het project draagt aanzienlijk bij tot alle van de volgende specifieke criteria:
i) energievoorzieningszekerheid door vermindering van de afhankelijkheid van één leverancier of route;
ii) efficiënt en duurzaam gebruik van hulpbronnen door beperking van de risico's voor het milieu;
iii) interoperabiliteit;
e) wat projecten voor het transport van koolstofdioxide betreft die vallen binnen de energie-infrastructuurcategorieën van bijlage II, punt 4: het project draagt aanzienlijk bij tot alle van de volgende specifieke criteria:
i) vermijden van koolstofdioxide-emissies zonder afbreuk te doen aan de energievoorzieningszekerheid;
ii) vergroten van de veerkracht en veiligheid van het koolstofdioxidetransport;
iii) efficiënt gebruik van hulpbronnen, door het mogelijk te maken meerdere koolstofdioxidebronnen en opslaglocaties onderling te verbinden via een gemeenschappelijke infrastructuur en minimalisering van milieurisico's en -belasting.
3. Wat de projecten betreft die vallen binnen de energie-infrastructuurcategorieën van bijlage II, punten 1 tot en met 3, worden de in dit artikel genoemde criteria beoordeeld overeenkomstig de in bijlage IV, punten 2 tot en met 5, vermelde indicatoren.
4. Om de evaluatie van alle projecten die in aanmerking kunnen komen als projecten van gemeenschappelijk belang en die kunnen worden opgenomen in een regionale lijst te vergemakkelijken, dient elke groep de bijdrage van elk project aan de totstandbrenging van dezelfde prioritaire corridor of hetzelfde prioritaire gebied op een transparante en objectieve manier te beoordelen. Elke groep stelt zijn beoordelingsmethode vast aan de hand van de geaggregeerde bijdrage aan de in lid 2 bedoelde criteria; deze beoordeling resulteert in een rangschikking van de projecten voor intern gebruik door de groep. De regionale lijst en ook niet de Unielijst bevat enigerlei rangschikking, noch mag de rangschikking worden gebruikt voor een eventuele latere bestemming, behalve in het geval als omschreven in bijlage III, punt 2.14.
Bij de beoordeling van projecten dient elke groep bovendien de nodige aandacht te besteden aan:
a) de urgentie van elk voorgesteld project om te kunnen voldoen aan de energiebeleidsdoelstellingen van de Unie op het gebied van marktintegratie — onder meer door de isolatie van ten minste één lidstaat op te heffen — en van mededinging, duurzaamheid en energievoorzieningszekerheid;
b) het aantal lidstaten dat de invloed van elk project ondergaat, en tegelijkertijd te zorgen voor gelijke kansen voor projecten waarbij perifere lidstaten zijn betrokken;
c) de bijdrage van elk project tot de territoriale samenhang, en
d) de complementariteit van het project ten aanzien van andere voorgestelde projecten.
Bij projecten voor „slimme elektriciteitsnetwerken” die vallen binnen de energie-infrastructuurcategorie van bijlage II, punt 1, onder e), worden projecten die van invloed zijn op dezelfde twee lidstaten gerangschikt, en moet ook worden gekeken naar het aantal gebruikers dat de invloed van het project ondergaat, het jaarlijkse energieverbruik en het aandeel van elektriciteitsproductie uit niet-aan/uitschakelbare energiebronnen in het gebied waarin deze gebruikers vertoeven.