Art. 3, Unielijst van projecten van gemeenschappelijk belang

1. Bij deze verordening worden twaalf regionale groepen („Groepen”) opgericht als omschreven in bijlage III, punt 1. Het lidmaatschap van elke Groep is gebaseerd op elke prioritaire corridor of prioritair gebied en het desbetreffende geografische bereik als opgenomen in bijlage I. De beslissingsbevoegdheden binnen de Groepen zijn enkel voorbehouden aan lidstaten en de Commissie, het zogenaamde besluitvormingsorgaan van de Groepen.

2. Elke groep stelt zijn eigen reglement van orde vast, met inachtneming van de bepalingen als opgenomen in bijlage III.

3. Het besluitvormingsorgaan van elke groep stelt een regionale lijst van voorgestelde projecten van gemeenschappelijk belang vast, die wordt opgesteld overeenkomstig de procedure van bijlage III, punt 2, overeenkomstig de bijdrage van elk project aan de tenuitvoerlegging van de prioritaire corridors en gebieden voor energie-infrastructuur en al naargelang zij voldoen aan de criteria van artikel 4.

Wanneer een groep zijn regionale lijst opstelt:

a) vergt elk voorstel voor een project van gemeenschappelijk belang de goedkeuring van de lidstaten op het grondgebied waarvan het project betrekking heeft; indien een lidstaat besluit geen goedkeuring te verlenen, maakt deze lidstaat zijn voldoende onderbouwde redenen daartoe bekend aan de betrokken Groep;

b) houdt deze rekening met het advies van de Commissie, dat ten doel heeft het aantal projecten van gemeenschappelijk belang beheersbaar te houden.

4. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 16 gedelegeerde handelingen vast te stellen, waarbij de Unielijst van projecten van gemeenschappelijk belang („Unielijst”) wordt vastgesteld, behoudens het bepaalde in artikel 172, lid 2, VWEU. De Unielijst neemt de vorm aan van een bijlage bij deze verordening.

In de uitvoering van haar bevoegdheid ziet de Commissie erop toe dat de Unielijst elke twee jaar overeenkomstig de procedure van lid 3 van dit artikel wordt vastgesteld op basis van de regionale lijsten zoals vastgesteld door de besluitvormingsorganen van de volgens bijlage III, punt 1.2 ingestelde Groepen.

De eerste Unielijst wordt uiterlijk 30 september 2013 vastgesteld.

5. Bij de vaststelling van de Unielijst op basis van de regionale lijsten ziet de Commissie erop toe:

a) dat daarin alleen projecten worden opgenomen die voldoen aan de in artikel 4 bedoelde criteria;

b) dat de transregionale samenhang wordt gewaarborgd, onder inachtneming van het advies van het Agentschap, als bedoeld in bijlage III, punt 2.12;

c) dat rekening wordt gehouden met eventuele adviezen van de lidstaten als bedoeld in bijlage III, punt 2.9, en

d) dat ernaar wordt gestreefd het totale aantal projecten van gemeenschappelijk belang op de Unielijst beheersbaar te houden.

6. Projecten van gemeenschappelijk belang die overeenkomstig lid 4 van dit artikel zijn geplaatst op de Unielijst, worden een integrerend onderdeel van de desbetreffende regionale investeringsplannen overeenkomstig artikel 12 van de Verordeningen (EG) nr. 714/2009 en (EG) nr. 715/2009 en van de desbetreffende nationale tienjarige netontwikkelingsplannen overeenkomstig artikel 22 van de Richtlijnen 2009/72/EG en 2009/73/EG en andere nationale infrastructuurontwikkelingsplannen naargelang passend. Aan deze projecten wordt binnen elk van die plannen de hoogst mogelijke prioriteit toegekend.

Uitspraken die dit artikel aanhalen