Art. 12 Verordening (EU) nr. 347/2013, Vergemakkelijken van investeringen met grensoverschrijdende effecten
1. De efficiënt gemaakte investeringskosten, onderhoudskosten niet inbegrepen, met betrekking tot een project van gemeenschappelijk belang dat valt binnen de categorieën van bijlage II, punt 1, onder a), b) en d), en punt 2, worden gedragen door de betrokken TSB(’s) of de projectpromotor(en) van de transmissie-infrastructuur van de lidstaat/lidstaten waarvoor het project een netto positief effect heeft en worden, in zoverre zij niet reeds worden gedekt door congestielasten en andere heffingen, via de tarieven voor netwerktoegang betaald door de gebruikers in die lidstaat of deze lidstaten.
2. Voor een project van gemeenschappelijk belang dat onder de categorieën als omschreven in punt 1, onder a), b) en d), en in punt 2 van bijlage II valt, is lid 1 alleen van toepassing indien ten minste één projectpromotor de betrokken nationale autoriteiten verzoekt dit artikel voor alle kosten van het project of delen daarvan te laten gelden. Voor een project van gemeenschappelijk belang dat onder de categorieën van punt 2 van bijlage II valt, is lid 1 alleen van toepassing indien er reeds een evaluatie van de marktbehoefte is opgemaakt en deze aangeeft dat de efficiënt gemaakte investeringskosten naar verwachting niet via de tarieven kunnen worden gedekt.
Indien het project meerdere projectpromotoren heeft, verzoeken de desbetreffende nationale regulerende instanties alle projectpromotoren onverwijld de investeringsaanvraag gezamenlijk in te dienen overeenkomstig lid 3.
3. Voor een project van gemeenschappelijk belang waarop lid 1 van toepassing is, informeren de projectpromotoren alle betrokken nationale regulerende instanties minstens eenmaal per jaar en totdat het project wordt opgeleverd over de voortgang van het project en de desbetreffende kosten en effecten.
Zodra een dergelijk project voldoende tot rijpheid is gekomen, dienen de projectpromotoren, na raadpleging van de TSB's van de lidstaten waarvoor het project duidelijk een netto positief effect heeft, een investeringsverzoek in. Dit investeringsverzoek omvat een aanvraag voor een grensoverschrijdende kostenverdeling en moet worden ingediend bij alle betrokken nationale regulerende instanties, vergezeld van:
a) een projectspecifieke kosten-batenanalyse die strookt met de overeenkomstig artikel 11 uitgewerkte methodologie en ook rekening houdt met voordelen die de grenzen van de betrokken lidstaat overstijgen,
b) een ondernemingsplan met een evaluatie van de financiële levensvatbaarheid van het project, inclusief de gekozen financieringsoplossing en, voor een project van gemeenschappelijk belang dat valt binnen de categorie van bijlage II, punt 2, de resultaten van het marktonderzoek, en
c) indien de projectpromotoren akkoord gaan, een met motieven onderbouwd voorstel voor een grensoverschrijdende kostenverdeling.
Wanneer een project door verschillende projectpromotoren wordt ondersteund, dienen zij het investeringsverzoek gezamenlijk in.
Wat betreft projecten die zijn opgenomen in de eerste Unielijst dienen projectpromotoren hun investeringsverzoek uiterlijk 31 oktober 2013 in.
Ter informatie sturen de nationale regulerende instanties het Agentschap onverwijld een afschrift van elk investeringsverzoek toe na ontvangst daarvan.
De nationale regulerende instanties en het Agentschap nemen de vertrouwelijkheid van commercieel gevoelige informatie in acht.
4. Binnen een termijn van zes maanden na de datum waarop het laatste investeringsverzoek door de laatste betrokken nationale regulerende instantie is ontvangen, nemen de nationale regulerende instanties, na raadpleging van de betrokken projectpromotoren gecoördineerde besluiten inzake de toewijzing van de door elke systeembeheerder voor het project in kwestie te dragen kosten, alsmede over de verwerking daarvan in de tarieven. De nationale regulerende instanties kunnen beslissen slechts een deel van de kosten toe te wijzen of kosten toe te wijzen binnen een pakket van verschillende projecten van gemeenschappelijk belang.
Bij de kostentoewijzing houden de nationale regulerende instanties rekening met de feitelijke of geraamde:
— congestielasten of andere heffingen;
— inkomsten uit de op basis van artikel 13 van Verordening (EG) nr. 714/2009 ingestelde compensatieregeling tussen transmissiesysteembeheerders.
Bij de besluitvorming over de grensoverschrijdende toewijzing van kosten wordt rekening gehouden met de economische, maatschappelijke en ecologische kosten en baten van de projecten in de betrokken lidstaten en de eventuele behoefte aan financiële ondersteuning.
Bij de beslissing om de kosten over de grenzen heen te verdelen, trachten de betrokken nationale regulerende instanties in overleg met de betrokken TSB's een onderling akkoord te bereiken op basis van — maar niet beperkt tot — de in lid 3, onder a) en b), gespecificeerde informatie.
Wanneer een project van gemeenschappelijk belang een mitigerend effect heeft op negatieve externaliteiten zoals loop-flows, en dat project wordt uitgevoerd in de lidstaat waar de oorzaak van de negatieve externaliteit ligt, mag een dergelijke mitigatie niet worden beschouwd als een grensoverschrijdend voordeel en mag het derhalve niet als basis dienen voor de toewijzing van kosten aan de TSB van de betrokken lidstaten die de gevolgen van die negatieve externaliteiten ondergaan.
5. Bij de vaststelling of goedkeuring van tarieven overeenkomstig het bepaalde in artikel 37, lid 1, onder a), van Richtlijn 2009/72/EG en artikel 41, lid 1, onder a), van Richtlijn 2009/73/EG houden de nationale regulerende instanties, op basis van de grensoverschrijdende kostenverdeling als bedoeld in lid 4 van dit artikel, rekening met de feitelijke kosten die door een TSB of een andere projectpromotor zijn gemaakt ten gevolge van de investeringen.
Het kostentoewijzingsbesluit wordt door de nationale regulerende instanties onverwijld ter kennis gebracht van het Agentschap, samen met alle relevante informatie met betrekking tot dit besluit. Deze informatie behelst met name gedetailleerde redenen voor de kostenverdeling tussen de lidstaten, zoals onder meer:
a) een evaluatie van de vastgestelde effecten, inclusief met betrekking tot netwerktarieven, voor elk van de betrokken lidstaten;
b) een evaluatie van het in lid 3, onder b), bedoelde ondernemingsplan;
c) regionale of voor de gehele Unie geldende externaliteiten die door het project kunnen worden veroorzaakt;
d) de resultaten van de raadpleging van de betrokken projectpromotoren.
Het kostentoewijzingsbesluit wordt gepubliceerd.
6. Wanneer de nationale regulerende instanties geen overeenkomst betreffende het investeringsverzoek hebben bereikt binnen een termijn van zes maanden na de datum waarop het verzoek door de laatste van de betrokken nationale regulerende instanties is ontvangen, stellen zij het Agentschap daarvan onverwijld in kennis.
In een dergelijk geval of op gezamenlijk verzoek van de betrokken nationale regulerende instanties wordt het besluit betreffende het investeringsverzoek, inclusief de in lid 3 bedoelde grensoverschrijdende toewijzing van de kosten alsook de wijze waarop de investeringskosten worden verwerkt in de tarieven, binnen een termijn van drie maanden nadat het verzoek naar het Agentschap is verwezen, door het Agentschap vastgesteld.
Alvorens een dergelijk besluit vast te stellen, raadpleegt het Agentschap de betrokken nationale regulerende instanties en de projectpromotoren. De in de tweede alinea bedoelde termijn van drie maanden kan worden verlengd met een extra periode van twee maanden waarbinnen het Agentschap verdere informatie inwint. Deze extra periode begint op de dag volgende op de datum van ontvangst van de volledige informatie.
Het kostentoewijzingsbesluit wordt gepubliceerd. De artikelen 19 en 20 van Verordening (EG) nr. 713/2009 zijn hierop van toepassing.
7. Het Agentschap zendt de Commissie onverwijld een afschrift toe van alle kostentoewijzingsbesluiten, met inbegrip van alle relevante informatie in verband met elk besluit. Deze informatie kan in samengevoegde vorm worden verstrekt. De Commissie neemt de vertrouwelijkheid van commercieel gevoelige informatie in acht.
8. Deze kostentoewijzing doet geen afbreuk aan het recht van de TSB's en van de nationale regulerende instanties om heffingen voor toegang tot netwerken overeenkomstig het bepaalde in artikel 32 van Richtlijn 2009/72/EG en van Richtlijn 2009/73/EG, artikel 14 van Verordening (EG) nr. 714/2009 en artikel 13 van Verordening (EG) nr. 715/2009 toe te passen, respectievelijk goed te keuren.
9. Dit artikel is niet van toepassing op projecten van gemeenschappelijk belang waarvoor:
a) uit hoofde van artikel 36 van Richtlijn 2009/73/EG een vrijstelling is toegestaan van de artikelen 32, 33, 34 en van artikel 41, leden 6, 8 en 10, van Richtlijn 2009/73/EG, of
b) uit hoofde van artikel 17 van Verordening (EG) nr. 714/2009 een vrijstelling is toegestaan van artikel 16, lid 6, van Verordening (EG) nr. 714/2009 of een vrijstelling van de artikelen 32 en 37, leden 6 en 10, van Richtlijn 2009/72/EG, of
c) een vrijstelling is toegestaan uit hoofde van artikel 22 van Richtlijn 2003/55/EG (20), of
d) een afwijking is toegestaan uit hoofde van artikel 7 van Verordening (EG) nr. 1228/2003 (21).