Art. 5 Verordening (EU) nr. 347/2013, Tenuitvoerlegging en monitoring

Verordening (EU) nr. 347/2013

1. De projectpromotoren stellen een plan voor de tenuitvoerlegging van hun projecten van gemeenschappelijk belang op („het tenuitvoerleggingsplan”), met inbegrip van een tijdschema voor:

a) de haalbaarheids- en ontwerpstudies;

b) de goedkeuring door de nationale regulerende instantie of enige andere betrokken autoriteit;

c) de bouw en de ingebruikname;

d) het schema voor het vergunningverleningsproces als bedoeld in artikel 10, lid 4, onder b).

2. TSB's, distributiesysteembeheerders en andere exploitanten werken samen om de ontwikkeling van projecten van gemeenschappelijk belang in hun gebied te vergemakkelijken.

3. Het Agentschap en de betrokken Groepen monitoren de bij de tenuitvoerlegging van de projecten van gemeenschappelijk belang geboekte vooruitgang en doen zo nodig aanbevelingen om de tenuitvoerlegging van projecten van gemeenschappelijk belang te vergemakkelijken. De Groepen kunnen verzoeken aanvullende informatie toe te zenden overeenkomstig de leden 4, 5 en 6, roepen vergaderingen met de relevante betrokken partijen samen en verzoeken de Commissie de verstrekte informatie ter plaatse te verifiëren.

4. Uiterlijk 31 maart van elk jaar volgend op het jaar waarin een project van gemeenschappelijk belang overeenkomstig artikel 3 op de Unielijst wordt geplaatst, dienen de projectpromotoren, voor elk project dat valt binnen de categorieën van bijlage II, punten 1 en 2, een jaarverslag in bij de in artikel 8 bedoelde bevoegde instantie, en hetzij bij het Agentschap hetzij, wanneer het project valt binnen de categorieën van bijlage II, punten 3 en 4, bij de desbetreffende groep. In dit verslag wordt nader ingegaan op:

a) de voortgang bij de ontwikkeling, bouw en ingebruikname van het project, met name wat vergunningverlenings- en raadplegingsprocedures betreft;

b) wanneer relevant, de vertraging die is opgelopen ten opzichte van het tenuitvoerleggingsplan, de redenen voor die vertraging, alsook bijzonderheden over andere moeilijkheden,

c) in voorkomend geval een herzien plan om de vertraging in te halen.

5. Binnen drie maanden na ontvangst van de in lid 4 van dit artikel bedoelde jaarverslagen dient het Agentschap bij de Groepen een geconsolideerd verslag in met betrekking tot de projecten van gemeenschappelijk belang die vallen binnen de categorieën van bijlage II, punten 1 en 2, met een evaluatie van de geboekte vooruitgang en doet het, wanneer passend, aanbevelingen omtrent de manieren waarop vertragingen kunnen worden goedgemaakt en voorkomende problemen kunnen worden opgelost. In dat geconsolideerde verslag wordt overeenkomstig artikel 6, leden 8 en 9, van Verordening (EG) nr. 713/2009 geëvalueerd hoe de netontwikkelingsplannen voor het geheel van de Unie met betrekking tot de in bijlage I genoemde prioritaire corridors en gebieden voor energie-infrastructuur op een samenhangende manier kunnen worden uitgevoerd.

6. Elk jaar brengen de in artikel 8 bedoelde bevoegde instanties bij de respectieve groep verslag uit over de stand van en, wanneer relevant, de vertragingen bij de tenuitvoerlegging van de projecten van gemeenschappelijk belang op hun grondgebied met betrekking tot de vergunningverleningsprocessen, en omtrent de redenen van die vertragingen.

7. Wanneer de oplevering van een project van gemeenschappelijk belang anders dan om doorslaggevende redenen waarover de projectpromotor geen controle heeft, vertraging oploopt ten opzichte van het tenuitvoerleggingsplan:

a) zorgen de nationale regulerende instanties ervoor dat de investeringen ten uitvoer worden gelegd, voor zover de in artikel 22, lid 7, onder a), b) of c), van Richtlijn 2009/72/EG en Richtlijn 2009/73/EG bedoelde maatregelen volgens de desbetreffende nationale wetgeving van toepassing zijn;

b) kiest de projectpromotor een derde partij om het project in zijn geheel of ten dele te financieren of uit te voeren indien de maatregelen van de nationale regulerende instanties overeenkomstig punt a) niet van toepassing zijn. De projectpromotor doet dit voordat de vertraging ten opzichte van de opleveringsdatum in het tenuitvoerleggingsplan meer dan twee jaar bedraagt;

c) kan de lidstaat of, wanneer een lidstaat aldus heeft bepaald, de nationale regulerende instantie, indien er geen derde partij gekozen wordt in overeenstemming met punt b), binnen twee maanden na het verstrijken van de onder b) bedoelde termijn een derde partij aanwijzen die het project zal financieren of uitvoeren en die door de projectpromotor moet worden aanvaard;

d) mag de Commissie, voor zover de betrokken lidstaat of lidstaten daarmee akkoord gaan en daaraan volledig meewerken, een uitnodiging tot het indienen van voorstellen bekendmaken, die open staat voor elke derde partij die in staat is projectpromotor te worden teneinde het project overeenkomstig het overeengekomen tijdschema uit te voeren, indien de vertraging ten opzichte van de opleveringsdatum in het tenuitvoerleggingsplan meer dan twee jaar en twee maanden bedraagt;

e) wanneer de punten c) of d) worden toegepast, verstrekt de systeembeheerder in wiens gebied de investering plaatsvindt, de bij de tenuitvoerlegging betrokken beheerders of investeerders of derde partij alle informatie die nodig is om de investering te realiseren, verbindt hij de nieuwe activa aan het transmissienetwerk en levert hij in het algemeen alle mogelijke inspanningen om de tenuitvoerlegging van de investering en de veilige, betrouwbare en efficiënte uitbating en het onderhoud van het project van gemeenschappelijk belang te vergemakkelijken.

8. Een project van gemeenschappelijk belang kan overeenkomstig de procedure van artikel 3, lid 4, worden verwijderd van de Unielijst wanneer de opname daarvan in die lijst gebaseerd was op incorrecte informatie die een bepalend element was bij die opneming, of wanneer het project niet in overeenstemming is met het Unierecht.

9. Projecten die niet meer op de Unielijst staan, verliezen alle aan de status van project van gemeenschappelijk belang verbonden rechten en verplichtingen die voortvloeien uit deze verordening.

Een project dat niet meer op de Unielijst staat, maar waarvoor een aanvraagdossier voor behandeling door de bevoegde instantie is aanvaard, behoudt evenwel de rechten en verplichtingen die voortvloeien uit hoofdstuk III, behalve indien het project niet meer op de lijst staat om de redenen die zijn vermeld in lid 8.

10. Dit artikel laat elke financiële bijstand die door de Unie voor een project van gemeenschappelijk belang is toegekend vóór het besluit om het van de Unielijst te verwijderen, onverlet.

Verwijst naar

Vorige artikelen

Volgende artikelen