Art. 10 Verordening (EU) nr. 347/2013, Duur en verloop van het vergunningverleningsproces

Verordening (EU) nr. 347/2013

1. Het vergunningverleningsproces bestaat uit twee procedures:

a) De procedure voor de aanvraag, namelijk de periode tussen de start van het vergunningverleningsproces en de aanvaarding van het aanvraagdossier door de bevoegde instantie, dient zich te voltrekken binnen een indicatieve periode van twee jaar.

Deze procedure omvat het opstellen van de eventueel door de projectpromotoren te redigeren milieurapporten.

Om de start van het vergunningverleningsproces vast te leggen, melden de projectpromotoren het project schriftelijk aan bij de bevoegde instanties van de betrokken lidstaten en laten de desbetreffende kennisgeving vergezeld gaan van een redelijk gedetailleerde samenvatting van het project. Niet later dan drie maanden volgend op de ontvangst van de kennisgeving bevestigt de bevoegde instantie, mede namens de andere betrokken autoriteiten, schriftelijk de kennisgeving of, wanneer zij van oordeel is dat het project onvoldoende is gerijpt om het vergunningverleningsproces op te starten, weigert zij de kennisgeving. In het geval van een weigering rechtvaardigt de bevoegde instantie haar besluit, mede namens de andere betrokken autoriteiten. De datum van ondertekening van de aanvaarding van de kennisgeving door de bevoegde instantie dient als startdatum van het vergunningverleningsproces. Wanneer twee of meer lidstaten betrokken zijn, dient de datum van aanvaarding van de laatste kennisgeving van de bevoegde instantie als startdatum van het vergunningverleningsproces.

b) De wettelijk voorgeschreven vergunningverleningsprocedure, namelijk de periode die ingaat bij de datum van aanvaarding van het ingediende aanvraagdossier en eindigt bij de vaststelling van het raambesluit door de bevoegde instantie, mag niet langer duren dan één jaar en zes maanden. Wanneer zij dit passend achten, mogen de lidstaten een korter tijdsbestek voorschrijven.

2. De gezamenlijke duur van de twee procedure als bedoeld in lid 1 mag niet meer bedragen dan drie jaar en zes maanden. Wanneer de bevoegde instantie echter van oordeel is dat één of beide procedures van het vergunningverleningsproces niet zal kunnen worden afgerond voordat de termijnen als bedoeld in lid 1 zijn verstreken, kan zij evenwel besluiten om vóór het verstrijken daarvan en van geval tot geval één of beide termijnen te verlengen met maximaal negen maanden voor de beide procedures samen.

In dat geval brengt de bevoegde instantie de betrokken groep daarvan op de hoogte en stelt zij de groep in kennis van de genomen of te nemen maatregelen om het vergunningverleningsproces met zo weinig mogelijk vertraging te kunnen afronden. De groep kan de bevoegde instantie verzoeken regelmatig verslag uit te brengen over de in dat verband geboekte vooruitgang.

3. In lidstaten waar de bepaling van een route of locatie, uitsluitend gedaan met een gepland project als specifiek doel — inclusief de planning van specifieke corridors voor netwerkinfrastructuren — geen deel kan uitmaken van de procedure tot vaststelling van het raambesluit, dient het desbetreffende besluit te worden genomen binnen een separate periode van zes maanden, die ingaat op de datum van indiening van het definitieve en volledige aanvraagdossier door de promotor.

In dat geval wordt de verlengingstermijn als bedoeld in lid 2 beperkt tot zes maanden, met inbegrip van de in dit lid bedoelde procedure.

4. De procedure voor de aanvraag omvat de volgende stappen:

a) Nadat zij de kennisgeving heeft bevestigd overeenkomstig lid 1, onder a), omschrijft de bevoegde instantie in nauwe samenwerking met de andere betrokken autoriteiten, en in voorkomend geval op basis van een voorstel van de projectpromotor, de inhoud en het niveau van detail van de informatie die als onderdeel van het aanvraagdossier door de projectpromotor moet worden ingediend om het raambesluit aan te vragen. De in punt 1, onder e), van bijlage VI bedoelde checklist dient als basis voor deze omschrijving.

b) De bevoegde instantie stelt, in nauwe samenwerking met de projectpromotor en de andere betrokken autoriteiten en rekening houdend met de resultaten van de overeenkomstig punt a) uitgevoerde activiteiten, een gedetailleerd schema voor het vergunningverleningsproces op, in overeenstemming met de richtsnoeren in bijlage VI, punt 2.

Bij projecten waarbij de grens van twee of meer lidstaten wordt overschreden, stellen de bevoegde instanties van de betrokken lidstaten een gemeenschappelijk tijdschema op, waarbij zij trachten hun tijdschema's op elkaar te doen aansluiten.

c) Na ontvangst van het ontwerpaanvraagdossier verzoekt de bevoegde instantie wanneer nodig, mede namens de andere betrokken autoriteiten, de projectpromotor om toezending van eventuele ontbrekende informatie, die alleen betrekking mag hebben op de onder a) omschreven onderwerpen. Binnen drie maanden na de indiening van de ontbrekende informatie gaat de bevoegde instantie over tot aanvaarding en behandeling van de schriftelijke aanvaarding van de ingediende aanvraag voor behandeling. Verzoeken om aanvullende informatie kunnen alleen worden ingediend indien deze door nieuwe omstandigheden worden gerechtvaardigd.

5. De projectpromotor zorgt ervoor dat het aanvraagdossier volledig en van toereikende kwaliteit is en wint in dat verband in een zo vroeg mogelijk stadium van de procedure voor de aanvraag het advies in van de bevoegde instantie. De projectpromotor werkt volledig samen met de bevoegde instantie teneinde de termijnen in acht te nemen en te voldoen aan het gedetailleerde schema als omschreven in lid 4, onder b).

6. De in dit artikel bedoelde termijnen laten verplichtingen die voortvloeien uit het internationale recht of het Unierecht onverlet, alsook administratieve beroepsprocedures en justitiële verweermiddelen.

Vorige artikelen

Volgende artikelen