Art. 2 Verordening (EU) nr. 347/2013, Definities

Verordening (EU) nr. 347/2013

Voor de doeleinden van deze verordening gelden, naast de definities van de Richtlijnen 2009/28/EG, 2009/72/EG en 2009/73/EG en van Verordeningen (EG) nr. 713/2009, (EG) nr. 714/2009 en (EG) nr. 715/2009, de volgende definities:

1. „energie-infrastructuur”, elke fysieke uitrusting of faciliteit die valt onder de energie-infrastructuurcategorieën en die gelegen is binnen de Unie of die de Unie verbindt met één of meer derde landen;

2. „raambesluit”, een door de instantie of instanties van een lidstaat — met uitsluiting van rechterlijke instanties — genomen besluit of verzameling van besluiten die bepalen of een projectpromotor een vergunning voor de bouw van de energie-infrastructuur met betrekking tot een project krijgt, onverminderd alle besluiten die worden genomen in de context van procedures van administratief beroep;

3. „project”, één of verscheidene hoogspanningslijnen, pijpleidingen, faciliteiten, uitrustingen of installaties die vallen onder energie-infrastuctuurcategorieën;

4. „project van gemeenschappelijk belang”, een project dat vereist is om de in bijlage I genoemde prioritaire corridors en gebieden voor energie-infrastructuur ten uitvoer te leggen en dat deel uitmaakt van de Uniebrede lijst van projecten van gemeenschappelijk belang als bedoeld in artikel 3;

5. „knelpunt in de energie-infrastructuur”: een beperking van de fysieke stromen in een energiesysteem als gevolg van onvoldoende transmissiecapaciteit, onder andere door het ontbreken van infrastructuur;

6. „projectpromotor”:

a) een TSB, een distributiesysteembeheerder of een andere exploitant of investeerder die een project van gemeenschappelijk belang ontwikkelt, of

b) als er verscheidene TSB's, distributiesysteembeheerders, andere exploitanten, investeerders, of groeperingen daarvan zijn, de entiteit met rechtspersoonlijkheid overeenkomstig het geldende nationale recht die bij contract onder hen is gekozen en die de capaciteit heeft om namens de partijen bij de contractuele overeenkomst wettelijke verplichtingen en financiële aansprakelijkheid aan te gaan;

7. „intelligent netwerk”, een elektriciteitsnetwerk dat het gedrag en de activiteiten van alle gebruikers die erop zijn aangesloten — marktdeelnemers die genereren, consumenten en marktdeelnemers die zowel genereren als consumeren — op een kostenefficiënte manier kan integreren om een economisch efficiënt, duurzaam elektriciteitssysteem te verzekeren met weinig verliezen en een hoog niveau van kwaliteit, voorzieningszekerheid en -veiligheid;

8. „werkzaamheden”: de aanschaf, de levering en het inzetten van componenten, systemen en diensten, inclusief software, en de uitvoering van ontwikkelings-, bouw- en installatieactiviteiten in verband met een project, alsmede de oplevering van de installaties en de inbedrijfstelling van een project;

9. „studies”: activiteiten die nodig zijn ter voorbereiding van de uitvoering van projecten, zoals voorbereidende studies, haalbaarheidsstudies, evaluatie-, test- en validatieonderzoeken, met inbegrip van software, en alle andere technische ondersteuningsmaatregelen, met inbegrip van aan de werkzaamheden voorafgaande activiteiten die nodig zijn voor de vaststelling en ontwikkeling van een project en voor de besluitvorming inzake de financiering ervan, zoals verkenningen ter plaatse en het opzetten van het financieringsplan;

10. „nationale regulerende instantie”: een nationale regulerende instantie die is aangewezen overeenkomstig artikel 35, lid 1, van Richtlijn 2009/72/EG of artikel 39, lid 1, van Richtlijn 2009/73/EG;

11. „inbedrijfstelling”: het proces waarbij een project in werking wordt gesteld zodra de constructie is voltooid.

Verwijst naar

Vorige artikelen

Volgende artikelen