Art. 7 Verordening (EG) nr. 216/2008, Piloten
1. Piloten die betrokken zijn bij vluchtuitvoeringen met de in artikel 4, lid 1, onder b) en c), bedoelde luchtvaartuigen en vluchtnabootsers, en de personen en organisaties die betrokken zijn bij de opleiding, toetsing, controle en medische keuring van deze piloten voldoen aan de desbetreffende essentiële eisen van bijlage III.
2. Behalve tijdens de opleiding, mag een persoon slechts optreden als piloot als hij beschikt over een bewijs van bevoegdheid en een medische verklaring voor de te verrichten vluchtuitvoering.
Een persoon krijgt alleen een bewijs van bevoegdheid indien hij voldoet aan de voorschriften die zijn opgesteld om overeenstemming te garanderen met de in bijlage III vervatte essentiële eisen inzake theoretische kennis, bedrevenheid, talenkennis en ervaring.
Een persoon krijgt alleen een medische verklaring indien hij voldoet aan de voorschriften die zijn vastgesteld om overeenstemming te waarborgen met de in bijlage III vervatte essentiële eisen inzake medische geschiktheid. De medische verklaring kan worden afgegeven door een luchtvaartgeneeskundige keuringsarts of een luchtvaartgeneeskundig centrum.
Met betrekking tot het bewijs van bevoegdheid als recreatief vlieger kan, niettegenstaande de derde alinea en als de nationale wetgeving dit toestaat, een huisarts die de medische voorgeschiedenis van de aanvrager voldoende in detail kent, optreden als luchtvaartgeneeskundig keuringsarts, overeenkomstig de gedetailleerde uitvoeringsbepalingen die volgens de in artikel 65, lid 3, bedoelde procedure zijn vastgesteld; deze uitvoeringsbepalingen garanderen dat het veiligheidsniveau behouden blijft.
De aan de piloot verleende rechten en de reikwijdte van het bewijs van bevoegdheid en de medische verklaring, waar dienstig, worden in dit bewijs van bevoegdheid en deze verklaring gespecificeerd.
Voor piloten die betrokken zijn bij vluchtuitvoeringen met de in artikel 4, lid 1, onder c), bedoelde luchtvaartuigen kan aan de eisen van de tweede en derde alinea van het onderhavige lid worden voldaan door de aanvaarding van de door of namens een derde land afgegeven bewijzen van bevoegdheid en medische verklaringen.
3. Aan organisaties voor de opleiding van piloten en de luchtvaartgeneeskundige centra kan goedkeuring worden verleend, hetgeen de erkenning inhoudt dat zij in staat zijn zich te kwijten van de verantwoordelijkheden die verbonden zijn aan hun rechten wat de afgifte van bewijzen van bevoegdheid en medische verklaringen betreft.
Aan organisaties voor de opleiding van piloten of luchtvaartgeneeskundige centra wordt goedkeuring verleend indien zij voldoen aan de voorschriften die zijn opgesteld om overeenstemming met de toepasselijke essentiële eisen van bijlage III te waarborgen.
In de goedkeuringen wordt vermeld welke rechten worden verleend.
4. De vluchtnabootser die wordt gebruikt bij de opleiding van piloten is voorzien van een certificaat. Dit certificaat wordt verleend indien is aangetoond dat het toestel voldoet aan de voorschriften die zijn vastgesteld om overeenstemming met de toepasselijke essentiële eisen van bijlage III te waarborgen.
5. Personen die verantwoordelijk zijn voor het aanbieden van opleidingen voor piloten of voor het beoordelen van hun bekwaamheid, en medische onderzoekers moeten in het bezit zijn van een passend certificaat. Dit certificaat wordt verleend indien is aangetoond dat de betrokkene voldoet aan de voorschriften die zijn vastgesteld om overeenstemming met de toepasselijke essentiële eisen van bijlage III te waarborgen.
In het certificaat wordt vermeld welke rechten worden verleend.
6. De maatregelen die beogen niet-essentiële onderdelen van dit artikel te wijzigen, door het aan te vullen, worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 65, lid 4, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing. Deze maatregelen specificeren in het bijzonder:
a) de verschillende kwalificaties voor de bewijzen van bevoegdheid als piloot en de medische verklaringen die voor de verschillende types activiteiten zijn vereist;
b) de voorwaarden voor de afgifte, handhaving, wijziging, beperking, opschorting of intrekking van de in de leden 2, 3, 4 en 5 bedoelde bewijzen van bevoegdheid, kwalificaties voor bevoegdheidsbewijzen, medische verklaringen, goedkeuringen en certificaten, alsmede de voorwaarden waaronder deze certificaten en goedkeuringen niet gevraagd behoeven te worden;
c) de rechten en de verantwoordelijkheden van de houders van de in de leden 2, 3, 4 en 5 bedoelde bewijzen van bevoegdheid, kwalificaties voor bevoegdheidsbewijzen, medische verklaringen, goedkeuringen en certificaten;
d) de voorwaarden voor de omzetting van een bestaand nationaal bewijs van bevoegdheid voor piloot of voor boordwerktuigkundige in een bewijs van bevoegdheid als piloot, alsmede de voorwaarden voor de omzetting van nationale medische verklaringen in algemeen erkende medische verklaringen;
e) onverminderd de bepalingen van overeenkomstig artikel 12 gesloten bilaterale overeenkomsten, de voorwaarden voor de erkenning van een door een derde land afgegeven bewijs van bevoegdheid;
f) op welke wijze piloten van in bijlage II, punt a), onder ii), en punten d) en f) bedoelde luchtvaartuigen, wanneer deze worden gebruikt voor de commerciële verkeersluchtvaart, voldoen aan de relevante essentiële eisen van bijlage III.
7. Bij de vaststelling van de in lid 6 bedoelde maatregelen draagt de Commissie er in het bijzonder zorg voor dat deze in overeenstemming zijn met de stand van de techniek, met inbegrip van de beste praktijken en wetenschappelijke en technische vooruitgang, inzake de opleiding van piloten.
Deze maatregelen omvatten tevens bepalingen betreffende de afgifte van alle typen bevoegdheidsbewijzen voor piloot en kwalificaties in het kader van het Verdrag van Chicago, en van het bewijs van bevoegdheid voor recreatief vlieger voor niet-commerciële activiteiten met luchtvaartuigen die een maximale gecertificeerde startmassa van 2 000 kg of minder hebben en die niet voldoen aan de criteria van artikel 3, onder j).