Art. 2 Verordening (EG) nr. 216/2008, Doelstellingen
1. De belangrijkste doelstelling van deze verordening is de totstandbrenging en instandhouding van een hoog uniform veiligheidsniveau in de burgerluchtvaart in Europa.
2. Bijkomende doelstellingen, op de onder deze verordening vallende gebieden, zijn:
a) een hoog en uniform niveau van milieubescherming te bewerkstelligen;
b) het vrije verkeer van goederen, personen en diensten te bevorderen;
c) kosteneffectiviteit in het regelgevings- en certificeringsproces te bevorderen en doublures op nationaal en Europees niveau te voorkomen;
d) de lidstaten te helpen bij het nakomen van hun verplichtingen op grond van het Verdrag van Chicago, door een basis te verschaffen voor een gemeenschappelijke interpretatie en een uniforme uitvoering van de bepalingen daarvan, en door ervoor te zorgen dat die bepalingen in deze verordening en de uitvoeringsvoorschriften naar behoren in aanmerking worden genomen;
e) de communautaire standpunten inzake normen en voorschriften op het gebied van de veiligheid van de burgerluchtvaart wereldwijd te bevorderen door middel van passende samenwerking met derde landen en internationale organisaties;
f) gelijke kansen voor alle deelnemers aan de interne luchtvaartmarkt te scheppen.
3. De middelen om de in de leden 1 en 2 genoemde doelstellingen te verwezenlijken zijn:
a) de voorbereiding, vaststelling en uniforme toepassing van alle noodzakelijke besluiten;
b) het erkennen, zonder aanvullende vereisten, van certificaten, bewijzen van bevoegdheid, goedkeuringen en andere documenten die, in overeenstemming met deze verordening en de uitvoeringsvoorschriften, voor producten, personeel en organisaties zijn verleend;
c) de oprichting van een onafhankelijk Europees Agentschap voor de Veiligheid van de Luchtvaart (hierna „het Agentschap” genoemd);
d) de uniforme uitvoering van alle noodzakelijke besluiten door de nationale luchtvaartautoriteiten en het Agentschap in het kader van hun respectieve bevoegdheden.